vrijdag 21 augustus 2009

Op bezoek bij een gedreven 'evenwichtskunstenaar': beeldhouwer Paul GEES


"COMME SI JE N'EXISTE PAS" staat op een schilderijtje van Peter Morrens boven de deur van het bureau naar de living.

De man die we hier bezoeken bestaat wel degelijk en heeft bovendien geen enkele zin om te doen alsof dat niet het geval is.

Van bureau naar living... comme si je n'existe pas

Paul GEES (°1949, Aalst) wordt dit jaar zestig en zal tijdens het komend academiejaar zijn opdracht als docent (sinds 1992) in het departement architectuur van Sint-Lucas Gent (Hogeschool WENK) niet meer hervatten.
Zijn studenten zal hij zeker missen. De 'boost' die jonge mensen hem bezorgden zal onherroepelijk wegvallen. Maar wat voor anderen resulteert in een 'welverdiend pensioen' is voor hem meteen de kans om nu full-time met zijn beeldhouwkunst bezig te zijn. De drang om door te gaan en het enthousiasme zullen hem in elk geval niet tegenhouden.

Nochtans wees niets er aanvankelijk op dat hij een toekomst als beeldhouwer tegemoet ging. Hij kwam uit een fotografenfamilie in Erpe-Mere en trok naar Sint-Lucas in Brussel, waar hij in 1973 als interieurarchitect afstudeerde.
Zijn broer Luc koos in diezelfde hogeschool voor de afdeling foto-film. Samen zouden ze later participeren in de fotostudio Gees&Partners (op deze site zal je overigens schitterende kunstenaarsportretten vinden).

Van binnenhuisarchitect naar kunstenaar
Met zijn opleiding zou Paul Gees professioneel niet meteen iets aanvangen. Wel raakte hij betrokken bij sociaal-culturele en artistieke initiatieven in Aalst. Zo was er zijn inzet (ook als interieurarchitect) voor het CSV (de voorloper van het huidige Kunstencentrum NETWERK (zie eventueel het gesprek met Paul Lagring in 'Waterschoenen'), maar ook zijn artistiek engagement via de Aalsterse 'NEW REFORM'-galerie van Roger D'Hondt, een avant-garde galerie die een belangrijke rol gespeeld heeft (zie eventueel het gesprek met Roger D'Hondt in 'Waterschoenen'). Daar zette hij de eerste belangrijke stappen in zijn artistieke loopbaan, al was dat in die tijd voornamelijk als performance-kunstenaar. De echte stap naar de beeldhouwkunst zou er pas in de jaren tachtig komen.
Voor New Reform kon hij ook zijn opleiding als binnenhuisarchitect/ontwerper gebruiken voor de realisatie van een mobiele tentoonstellingsruimte en de vormgeving van affiches.

Paul Gees in de hal tussen twee ateliers
Een bijzonder bepalend moment in zijn artistieke ontwikkeling kwam er al in 1972 door zijn bezoek aan 'Documenta 5' in Kasssel, DE Documenta waar hij de avant-garde met onder andere FLUXUS (Beuys, Ben,en vooral Wolf VOSTELL) maar ook de sculpturen van Richard SERRA (met toen ook al die overduidelijke relatie tussen natuur en cultuur) ontdekte.

Tot vandaag beschouwt hij Richard SERRA , Carl ANDRE , Constantin BRANCUSI , Giovanni ANSELMO, Isamo NOGUSHI en Lee UFAN als inspiratiebronnen voor zijn werk.

Maar voorlopig blijven we nog even in de jaren zeventig en zijn activiteiten in de wereld van de performance.
In oktober 1978 was hij met de 'New Reform Gallery' één van de deelnemers tijdens het 'Performance Art Festival' in de Brussels Beursschouwburg. Toen al onderzocht hij de relatie tussen natuur en cultuur zoals hij dat later (en tot op heden) in zijn beeldhouwwerk zou doen. De materialen waren anders en de uitvoering gebeurde uiteraard 'in situ', zodat de kunstenaar zelf een zichtbare rol speelde als uitvoerder van (of acteur in) zijn project.
Een andere performance bestond uit een fotoproject met 130 dia's, gelinkt aan een ruimte-omschrijvende lichtsculptuur. Hier liet zowel de fotograaf als de toekomstige beeldhouwer zich zien.
Een diaserie uit 1973 met een perceeltje gras en geometrische patronen in de hoofdrol leverde hem de goedkeurende bevestiging van kunstenaar Dan Van Severen op.

De beeldhouwer ziet het licht
Paul Gees was stilaan op weg om alle ballast overboord te gooien en enkel de essentie over te houden.
Het einde van de '-ismen' in de kunst was stilaan bereikt. De weg lag helemaal open
.
In 1983 creëerde hij enkele beelden die de verdere evolutie van zijn oeuvre zouden bepalen.

'Horizontaal', vrijstaande sculptuur uit 1983

Het sleutelwerk is voor hem 'Horizontaal' (es en steen, 60X310X20 cm) (zie foto), een beeld dat hem ook vandaag nog zowel stil als euforisch laat worden. Het is van een verbluffende inventieve eenvoud, maar zorgt voor een absolute sculpturale spanning. Dit werk kwam uiteindelijk terecht in de collectie van de galeriehoudster van PLUS-KERN. Er is overigens een pittige anekdote aan verbonden. Op een bepaald moment werd het werk bewaard in de voorraad op de zolder van de galeriste. Werkmannen die een balkje nodig hadden voor een herstelling ter plekke... hebben er (jawel!) een stuk afgezaagd...einde beeldhouwwerk!




'5 horizontalen', wandsculptuur uit 1983

Met de minimale wandsculptuur '5 horizontalen' (es en steen, 150X270X20) (zie foto), eveneens uit 1983, bereikte de kunstenaar een even verbluffende essentie in zijn werk.

Voor Paul Gees was dit de echte start van zijn verdere zoektocht naar de relatie natuur-cultuur, om met de beperkte materialen steen, hout en metaal te werken aan uitgekiende assemblages waarin evenwicht en spanning bepalende factoren zijn. Steen is hier telkens het enige onvervalste natuurelement, terwijl de andere materialen reeds een 'culturele' toevoeging ondergaan hebben (bvb. gezaagde planken, stalen balken of geplooide metalen platen,...)

Vertrekkende vanuit het 'perfecte' werk uit het begin van zijn carrière blijft hij verder zoeken naar... nog meer perfectie. Wellicht is hier de eeuwig zoekende mens aan het werk!

Sinds 1980 was hij intussen ook aan het werk als leraar vormstudie in Sint-Lucas Brussel (Hoger Instituut Binnenhuis en Bouw).


Wonen en werken verenigd in Schoonaarde


De geest van Expo '58 in de traphal

Nu hij ook in zijn artistieke werk een nieuwe weg gevonden had, was hij toe aan meer werk- en leefruimte.
In 1984 ontdekte hij in Schoonaarde de voor hem perfecte mix van wonen en werken: het administratief gebouw van een voormalige fabriek. Het stond al drie jaar leeg, het terrein errond was één groot oerwoud, maar de ruimte was bijna woonklaar ingedeeld. Als binnenhuisarchitect zag hij door het figuurlijke EN letterlijke bos wel degelijk de 'bomen'.
Het enorme gebouw beschikte op de gelijkvloerse verdieping over een paar schitterende ateliers en helemaal achterin stond nog een apart gebouw waar hij ook al een bestemming voor had. Op de eerste verdieping creëerde hij met vrij minimale ingrepen een machtige woonruimte, die dankzij de gigantische ramen baadt in een door het omringende groen gefilterde licht.

Hoewel de Steenweg tussen Dendermonde en Wetteren hier voor de deur ligt, zit je hier ook vandaag nog in een oase van rust.

Hier wordt nu al 25 jaar gestreefd naar een evenwicht tussen wonen en werken.


Stenen kiezen in het assemblage-atelier

Paul Gees is geen beeldhouwer in de traditionele betekenis van het woord: hij boetseert niet of gaat zijn materiaal niet met beitels te lijf. Hij assembleert zijn materialen tot het gewenste geheel. Maar in de voorbereiding is hij wel traditioneel in die zin dat elk ontwerp minutieus in een tekening uitgewerkt wordt. In de uiteindelijke bewerking van zijn houten onderdelen gaat hij dan uiteraard volgens plan te werk, als een soort 'meubelmaker' die meet en past en zaagt tot het object precies is zoals hij dat wil.

Hij heeft in dit huis drie ateliers, maar ook voor de televisie ligt er dikwijls nog een schetsboekje bij hem op schoot (je weet maar nooit wat er door je hoofd gaat). Televisie kan hem soms wel boeien. In de recente reeks 'De aarde vanuit de hemel' is het voor hem bijzonder verfrissend dat je nog naar onbekende dingen kunt kijken of de dingen vanuit een andere hoek bezien.



Gefilterd licht in het tekenatelier

In het tekenatelier kunnen de ontwerpen op papier uitgewerkt worden. Dat precisie een rol speelt, mag duidelijk blijken uit de tekentafel voor 'technisch tekenen' bij het venster. Maar hier is duidelijk ook ruimte voor de schets, het zoekende tekenen of de inspiratie... al dan niet ingegeven door grote voorbeelden als Mondriaan, Brancusi of... Marylin Monroe... die hem hier gezelschap houden.


Goed gezelschap in het tekenatelier

Ook de 'onafhankelijke' (dikwijls zeer grote) tekeningen van Paul Gees zijn, zoals dat ook bij andere grote beeldhouwers het geval is, van uitstekende kwaliteit. (Neem bijvoorbeeld Eugène Dodeigne). Ze getuigen in twee dimensies reeds ten volle van de driedimensionale kracht en spanning die ze als beeld zouden uitstralen. Dat heeft deels te maken met de inbreng van 'vreemde' materialen zoals koper- of messingplaten, maar naar ons aanvoelen vooral met de manier waarop de beeldhouwer zijn getekende lijnen met een zoekende krachtdadigheid neerzet.


De 'zagerij'

Het grote atelier achter in de tuin is de 'zagerij'. Hier bewaart en bewerkt Paul Gees de ruwe houten planken en balken, die hij volgens zijn precieze plannen met zijn cirkelzaag tot soms flinterdunne plakjes zaagt (een niet ongevaarlijk werk dat hoogste concentratie vergt).


Het assemblage-atelier

Met het houten, afgewerkte basismateriaal kan hij nu naar het derde atelier, waar hij stenen en metalen elementen uitkiest om tenslotte het geheel te assembleren. Daarna kunnen de beelden hier 'rusten' om te zien of ze standhouden in hun sculpturale waarde.


Samenwerkingsverbanden
Voor de echt grote werken is er nog een opslagruimte buitenshuis. Hier speelt onder andere de samenwerking met ARTECONOMY, oorspronkelijk een initiatief van de firma ESPEEL, waar Paul Gees mee aan de wieg stond van dit samenwerkingsverband tussen bedrijf en kunst. Als metaalverwerkend bedrijf kon en kan ESPEEL bijvoorbeeld zorgen voor de stalen balken die gebruikt worden in de monumentale werken (meestal bedoeld voor de openbare ruimte). Maar ook andere bedrijven als SIEMENS zijn mee in dit systeem gestapt, zodat ARTECONOMY intussen uitgegroeid is tot een goed geoliede organisatie, die al heel wat kunstenaars en bedrijven met raad en daad bijgestaan heeft. In de kunsthogescholen wordt bovendien voortdurend gespeurd naar nieuwe initiatieven en talenten.

Paul Gees onderstreept hier overigens graag het belang van dergelijke, in oorsprong particuliere initiatieven. In dit verband vernoemt hij ook de ISEL-foundation (http://www.isel.be/FOUNDATION/) van Peter COOREMAN (Merelbeke).

Reken daarbij ook het belang en het in de openbaarheid treden van een aantal particuliere collecties en kunstinitiatieven: naast COOREMAN ook VANHARENTS, VANMOERKERKE, HERBERT,...



Gisteren, vandaag en morgen...


De living met de grote tekeningen

De tentoonstellingslijst van de kunstenaar is intussen bijzonder lang en gevarieerd. Zijn werk is aanwezig in talloze particuliere en heel wat publieke collecties. Hij werkt samen met verschillende galeries en organisatoren in binnen- en buitenland.

Ondertussen blijven de zintuigen op scherp. Zelfs op reis (pas nog in Spanje en Portugal) is hij steeds op zoek naar uitmuntende voorbeelden in beeldhouwkunst en architectuur en komt hij thuis met schitterende foto's: Eduardo CHILLIDA, Alvaro SIZA, Rem KOOLHAAS,...

Maar bovenal werkt hij gedreven verder aan een 'ingehouden' oeuvre waarin de krachten van natuur en cultuur elkaar in evenwicht houden, naar de vorm ontdaan van alle mogelijke frivoliteiten: het sculpturale of getekende leven zoals het is... gezien door de ogen van Paul GEES.


Werk van Paul Gees in de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten in Brussel


donderdag 13 augustus 2009

Ecologisch verbouwen in Meldert: op bezoek in het 'Mierennest' van Steven Plas en Heidelien Bultynck

Voorwoord

In 'Waterschoenen' publiceer ik bijna hoofdzakelijk artikels over beeldende kunst: tentoonstellingen, kunstenaars, musea,..
De ondertitel van deze blog laat echter ruimte voor een veel uitgebreider assortiment:
'Het leven zoals het is of zou kunnen zijn.'
Vandaag bezoeken we een koppel jonge mensen die hun levensdroom tot kunst verheven hebben en die droom in werkelijkheid omzetten: verbouwen volgens een ecologisch en economisch verantwoorde logica.
We nemen U mee naar het 'Mierennest' van Steven Plas en Heidelien Bultynck in Meldert (Aalst).
ARTSPOTTER

Steven en Heidelien in hun 'Tuin van Eden'

Een inleidend sprookje

Er waren eens twee koningskinderen...
Zij groeide op in de Aalsterse deelgemeente Erembodegem.
Hij beleefde zijn jeugd in een andere Aalsterse deelgemeente op het 'familiaal domein' in Meldert.
Zoals het gewone, maar ook koningskinderen past, werden ze al vroeg gefascineerd door de wereld rondom hen.
De kleine prins was in heel Meldert en wijde omgeving bekend voor de fantastische kampen die hij bouwde.
De kleine prinses voelde zich sterk verbonden met de natuur.
Tijdens hun jeugd (en ook nog daarna) waren de mensen nog steeds bezig met het verpesten van de natuur en het naar de vaantjes helpen van hun eigen leefomgeving.
Maar de prins en de prinses beslisten elk voor zich (vermits ze elkaar nog niet kenden was het water tussen hen uiteraard nog veel te diep) op zeker ogenblik om daar iets aan te doen en gooiden zich eerst op de studie van de 'Schoonheid' (en de inrichting van huizen) omdat ze de wereld toch wel een beetje mooier en beter wilden maken.
Tijdens een volks dansfeest (waar ze allebei incognito naartoe gingen) sloegen bovendien de amoureuze vonken over en sindsdien waren ze onafscheidelijk, klaar om samen hun grote droom waar te maken.
Vanzelfsprekend leefden ze nog lang en gelukkig...


Een truitje voor ons huisje

Begin december 2008 hoorde ik voor het eerst van Steven PLAS en Heidelien BULTYNCK, hun vzw MIER (Milieu Informatie En Recylagepunt) en het verbouwingsproject in Meldert.
Ik bracht hen een bezoek naar aanleiding van hun opmerkelijke isolatiecampagne 'Een truitje voor ons huisje': met afgedankte kleding uit de Aalsterse kringloopwinkel isoleerden ze de zij- en achtergevel van hun huis. Het was toen bar koud en zowel het huis als de mensen konden dat truitje best gebruiken.

(zie artikel en fotografisch verslag: http://aalstdailyphoto.blogspot.com/2008/12/ecologisch-verbouwen-in-meldert.html)

Op dat ogenblik hadden ze bijna een volledig 'sabbatjaar' aan hun verbouwing gewerkt en was ook de benedenverdieping zo goed als woonklaar.
Dat de isolatie ook echt werkte, konden ze tijdens deze straffe winter meteen vaststellen. Met dezelfde verwarmingskost haalden ze zomaar 4°C extra.
Nog iemand een truitje?



Hoe het allemaal begon

Het huis was tot voor enkele jaren eigendom van de grootouders van Steven. Grootmoeder had er een winkel met onder andere kachels (vandaar het reclamebord van Nestor Martin in de living), gasflessen en 'nog vanalles', terwijl grootvader fietsen en bromfietsen verkocht en herstelde in wat nu de living geworden is. De huidige tuin was in die tijd een betonnen koer.

Toen Steven en Heidelien drie jaar geleden het huis verwierven, hadden ze allebei een opleiding als interieurarchitect achter de rug. Ze waren dus bijzonder goed geplaatst om dit gebouw om te vormen tot een nieuwe thuis. Dat ze daarvoor een heel eigen, nieuwe weg gekozen hebben is duidelijk. Dat ze wisten waar ze precies naartoe wilden heeft alles te maken met hun uitgangspunten en hun filosofie.

Weerspiegeling in het aquarium...

De filosofie van MIER

Als binnenhuisarchitecten zijn Steven en Heidelien perfect geschoold om interieurs te ontwerpen in alle gangbare stijlen. Maar (zoals ze het zelf uitdrukken)... ze hadden geen zin om de zoveelste schoendoos-architectuur aan te kleden. Daarenboven zit het ecologische aspect bij hen zo diepgeworteld, dat het niet zomaar een laagje vernis is. Voor hen is de groene revolutie het absolute uitgangspunt, ook binnen hun vakgebied.

"We mogen als mensen overigens niet de arrogantie hebben om alles naar onze hand te willen zetten".

We kunnen ons met andere woorden niet langer permitteren om te doen alsof er met onze aarde en ons milieu niets aan de hand is. De schaarse open ruimte die nog overblijft moet behouden blijven. Volgens MIER moet nieuwbouw in dit verband dan ook uitgesloten worden.
De oplossing ligt in RENOVATIE, uiteraard met inachtname van een aantal regels inzake afvalbeperking en -verwerking, milieubescherming, energiebezuiniging,...


In de praktijk...huis en tuin...

Hun eigen huis is onvermijdelijk ook een soort 'kijkwoning'. Hier kunnen ze hun eigen ingrepen en oplossingen laten zien, hun experimenten aan de werkelijkheid toetsen. Het huis is in feite hun visitekaartje.

Zelf beschouwen ze het als een 'work in progress'. Wat ze nu al gerealiseerd hebben is best wel indrukwekkend, maar in tegenstelling tot de hedendaagse 'traditionele architectuur', waar bij de oplevering het gebouw als 'af' beschouwd wordt, gaan ze bij MIER uit van een 'levend gebouw' dat rustig verder mag evolueren. De 'levende gevels' zijn daarvan het eerste bewijs. Bewapeningsnetten op enkele centimeters voor de eigenlijke gevel en klimplanten moeten over enkele jaren voor een volledig begroeide gevel zorgen. Intussen fungeren bamboematten als tijdelijke gevelbescherming.

Tijdens de renovatie van de woning werden enkele niet-dragende muren gesloopt. Dat leverde al snel flink wat steenpuin op. Ook de betonnen koer, die nu tuin geworden is, zorgde voor heel wat afval. Alles is echter opnieuw gebruikt voor de aanleg van de planten-, bloemen- en moestuin: afbakening van perken, paadjes, opvang van het regenwater, torens voor de insecten,...
De tuin werd einde april aangeplant, maar bezit nu al een natuurlijke weelderigheid en veelzijdigheid. Daardoor is het een paradijs voor bewoners en bezoekers, waaronder ook de talloze insecten, vogels,...die hier komen verpozen.
De moestuin zorgt als klein proefproject voorlopig voor een aangename afwisseling in het vegetarische voedselpatroon. Op termijn wordt gedacht aan een grotere, apart gelegen moestuin.


In plaats van het regenwater zo snel mogelijk af te voeren, werd hier gekozen voor een rechtstreekse opvang met dakgoten die via 'waterspuwers' (je denkt meteen aan middeleeuwse kathedralen) het water via enkele tussenstations geleiden naar een 'wadi' (een soort natuurlijke vijver) waar het rustig in de grond kan trekken.
Bovendien wordt vanuit de vlakbij gelegen oude steenput het water opgepompt voor gebruik in huis: toilet, bad, douche, vaatwasser,...


Geen 'geitenwollensokkengedoe'...

Verwar in dit hele concept groen of ecolgisch in geen geval met gebrek aan comfort. Bovendien gaan in dit huis ECOLOGIE en ESTHETICA hand in hand. Hier zijn niet voor niets twee binnenhuisarchitecten aan het werk geweest. Wat ze hier zelf met beperkte financiële middelen en hergebruik van materialen gerealiseerd hebben is bijzonder doordacht en professioneel uitgevoerd.

De hele benedenverdieping werd geconcipieerd als een soort totaal-meubel, waarin tegelijk ook keuken, badkamer, slaapkamer, bureau, bergruimte,... hun plaats kregen.
De keuken bevat alle noodzakelijke toestellen. De badkamer en de slaapkamer zijn een absolute oase van rust. Door ingrepen met een aquariumwand en andere glazen doorkijkjes zorgt de lichtinval op verschillende momenten van de dag en het seizoen voor verrassende en sfeervolle effecten.



Meubels met recuperatiehout...

Alle houten wanden, zowel binnen als buiten, net zoals de meubels, zijn gebouwd met recuperatiehout afkomstig van grote transportkisten. In principe mocht geen enkele nieuwe boom gekapt worden om hen een dak boven het hoofd te bezorgen.
Let in de bureauruimte op de horizontale lijnen van de lange wand. De spiegel op het einde zorgt voor een extra versterking van de lengtewerking.

De 'slimme' werktafel in verschillende delen is hun meest recente meubelproject. Aan deze tafel concentreert zich de 'denktank' en het 'administratieve centrum' van MIER. Wie met hen in zee wil voor een of ander renovatieproject, zal vroeg of laat hier voorbij komen.


De groene long in huis

De perfecte isolatie van een huis houdt ook in dat er geen koude buitenlucht via kieren naar binnen kan. Maar je kan niet zonder toevoer van verse lucht. Verluchten is uiteraard een oplossing, maar laat meteen ook de warmte ontsnappen. De industrie heeft hiervoor natuurlijk dure en opnieuw energieverslindende oplossingen bedacht. Maar bij MIER kiezen ze voor een alternatieve, maar blijvende en milieuvriendelijke oplossing: de groene long!
Verspreid over drie grote, verrijdbare bakken staan hier zowat 30 luchtzuiverende kamerplanten, die voor verse zuurstof zorgen.


Een 'Groene Pluim' voor een groen initiatief

In januari van dit jaar kregen Steven en Heidelien de 'Groene Pluim 2008', een prijs die door GROEN!-Aalst jaarlijks wordt toegekend aan een uitzonderlijk initiatief van ecologisch-sociaal belang. Tot hun eigen verbazing werden Steven en Heidelien gekozen uit vijf genomineerden.
Het beeldje van Magdelien Roobroeck dat ze bij die gelegenheid kregen, staat als pronkstuk in hun huis.

Dank zij de 'Groene Pluim' kwamen ze ook in contact met 'LETS', een systeem van ruilhandel in de Denderstreek. Sindsdien biedt MIER een aantal van zijn diensten aan in dit LETS-systeem.

Info: http://lets.welzijn.net


MIER vandaag en... in de toekomst


MIER kan toekomstige verbouwers met raad en daad bijstaan met advies over ecologische verbouwing en isolatie, tuinrenovaties, ontwerpen van verbouwingen, meubels, badkamers, keukens, EPC-audits, zonlichtadvies,... en ze kunnen zonodig ook zelf de handen uit de mouwen steken.
Voor meer informatie over de mogelijkheden en diensten kan je best een kijkje nemen op hun website:

Net zoals ze met hun eigen huis streven naar een voortdurende evolutie (in de toekomst denken ze bijvoorbeeld nog aan een strodak en zonnepanelen), zoeken ze ook met hun professionele activiteiten in MIER naar een evenwicht tussen tussen bedrijf en leven. Hun deelname aan de 'renovatiedag' eerder dit jaar leverde een massa bezoekers op. Daaruit resulteerden flink wat professionele contacten.

Nu MIER stilaan op kruissnelheid komt, stellen ze vast dat hun voorlopig atelier al te klein geworden is. Maar ook voor dit probleem vinden ze gegarandeerd een originele en eco-logische oplossing.

Steven en Heidelien wonen met hun MIER-project in de
Kokerijstraat 41
9310 MELDERT (Aalst)
Verdere contactgegevens vind je op hun website