Zoeken in deze blog

maandag 6 april 2020

LIES CAEYERS bij ARTSPACE_LAVALISE en ARTSPOTTER_WATERSCHOENEN



Op 11 januari 2020 stond Lies CAEYERS (Leuven, °1982) in een weekendbijlage van mijn krant met de handen in het haar.

Dat had gelukkig niets te maken met mijn VOORSTEL van twee weken tevoren om een portret van haar in WATERSCHOENEN te publiceren, gekoppeld aan een begeleidende online tentoonstelling in ARTSPACE_LAVALISE en ARTSPOTTER_WATERSCHOENEN.

Bij deze dus...


Haar passage in de rubriek 'Hit & Run' van De Standaard Weekblad verscheen naar aanleiding van de tentoonstelling 'De terugkeer van het Lam', waarin het gerestaureerde centrale paneel van het Lam Gods gekoppeld wordt aan werk van Lies Caeyers, Sophie Kuijken en Kris Martin in de Gentse Sint-Baafskathedraal.

Maar daarover straks meer...

Ga straks
voor een kleine tentoonstelling van haar werken
naar

 instagram.com/artspace_lavalise/
en/of
instagram.com/artspotter_waterschoenen/




Maar eerst even terug in de tijd...




Vooraleer ze bij Van Eyck terecht kwam had Lies Caeyers al een hele weg afgelegd: een parcours doorheen opleidingen gaande van wiskunde en wetenschappen, over een jaar geneeskunde, een masteropleiding Beeldende Kunst in Antwerpen en de onschatbare mogelijkheid tot een extra Masterjaar aan de Könstfack University of Art, Crafts and Design in Stockholm, waar ze een enorme artistieke boost kreeg. Met enkele bijkomende technische opleidingen in avondonderwijs is ze bovendien volleerd goudsmid en heeft ze een aanzienlijke vakkennis over het werken met materialen als hout, glas, keramiek, epoxy en sillicone.

Toen reeds gingen de 'poppetjes' in haar beeldende wereld aan het dansen..., al zou het nog een hele tijd duren vooraleer een en ander in de juiste plooi viel en nieuwe en oudere werken elkaar binnen eenzelfde visie terugvonden.

Het begon allemaal letterlijk en figuurlijk bij de (her)ontdekking van zichzelf.
In 2006 liet Lies Caeyers een 3D-bodyscan van haar eigen lichaam maken in samenwerking met een spin-off van de Leuvense universiteit. Hieruit resulteerde ORIGIN (een verzamelnaam voor haar eerste digitale zelfportretten), dat het uitgangspunt zou worden voor een verder artistiek discours met vragen over reproductie, materiaalkeuze, technische mogelijkheden, ambachtelijke versus hoogtechnologische middelen en werkwijzen.


De 3D-print, het ‘poppetje', dat afgeleid werd uit de bodyscan van Lies Caeyers zelf, is een object geworden dat de kunstenares oneindig reproduceert en in combinatie met verschillende andere objecten of in andere constellaties  presenteert.


Op haar website omschrijft de kunstenares haar 'Evenbeeld' als volgt:

"Evenbeeld is een driedimensionale representatie van een menselijk lichaam, ontwikkeld d.m.v. body-scanning.
Het 'vastgrijpen' van iets levend leidt naar het reduceren ervan tot een zielloos object, een stilleven. Als zelfportret brengt Evenbeeld vragen met zich mee over identificatie en eigendomsrecht. 
In ruil voor de toegepaste scan-technologie werd een licentie verleend die toelaat het digitale 3D-beeld te gebruiken in de videogame-industrie."




We schrijven 2015 wanneer Lies Caeyers haar werk in de openbaarheid brengt na een periode van hard werken in haar atelier, gekoppeld aan een aantal ’reguliere' jobs, veelal in de artistieke sector. Ze was o.a. 5 jaar actief als gids en projectontwikkelaar bij S.M.A.K, projectontwikkelaar bij Kunstbank of educatief coördinator bij Manifesta 9.
Die 5 jaar rijpingsproces was een bewuste keuze omdat ze na haar studies het gevoel had dat ze nog veel te weinig gezien en beleefd had. Op die manier kon ze zich blijven verdiepen in wat er in de Vlaamse kunstwereld omging en tegelijk met haar eigen werk bezig zijn.

In december 2015 toonde ze in eigen atelier haar eerste volwaardige tentoonstelling: 

’KABINET’



In Waterschoenen kondigden we dat toen als volgt aan:

'Kabinet toont een verzameling artefacten en objets trouvés in een, op het eerste gezicht vertrouwelijke, educatieve setting. De nauwkeurig geordende studieobjecten lijken te gelden als een exemplarisch wetenschappelijk experiment. Deformatie en manipulatie, experimentele ingrepen en het schijnbaar systematiseren van onechte kennis: het Kabinet verzamelt een geheel van (valse) waarheden met een vreemde vertrouwdheid, die zowel aantrekt als afstoot.'


Die tentoonstelling zorgde voor reactie bij de organisatoren van WATOU en in de zomer van 2016 kon Lies haar installatie 'Binair' en haar 'Evenbeeld' voor een bijzonder ruim publiek voorstellen.


'Stuckwerk' in Watou 2015



KABINET was een boeiend uitgangspunt dat evolueerde naar o.a. de reeks ‘KAMERSTUKKEN’ en steeds verder gaat.

We bladeren nog even verder door haar tentoonstellingsparcours, maar verwijzen u nu al graag door naar de pagina EXPO op haar website voor meer.

In 2019 stond ze opnieuw een zomer lang in Watou (in de Graanschuur) met de indrukwekkende serie 'Kamerstukken', die we toen in Waterschoenen als volgt konden aankondigen:

'Aldoor kantelen we. Niets zal nog zijn
zoals het nooit is geweest.
Het begint nu. En nu. En nu.
Ieder mens is een herinnering...'

schrijft Max Temmerman in zijn gedicht FUTURISME.

'In die geest vinden de 'Kamerstukken' van Lies Caeyers hun plaats in Watou. Het zijn verzamelingen met links naar zichzelf en haar grootvader, in een aaneenschakeling van pogingen om zich te verzetten tegen dood en verval. Het is meten en passen, afwegen, meticuleus samenstellen van objecten om betekenis te genereren en de band met het verleden aan te halen.'

Een beeld uit 'Kamerstukken' in Watou 2019


Ze passeerde ondermeer ook nog in Kunstencentrum Zebrastraat (Gent), Museum M (Leuven) en CC De Steiger (Menen).


In augustus-september 2017 creëerde ze tijdens een residentie in 'Gouvernement' (Gent) de experimentele ruimte 'The Lab'. 



Ze opende er een onderzoek naar plastic als materiaal en als cultureel begrip. Plastic, ontstaan als een hoogtepunt in de evolutie van menselijke macht over de natuur, heeft inmiddels zijn goddelijke status verloren en staat nu synoniem voor fake, kitsch, vervuiling en de wegwerpmaatschappij.
In de door haar met sobere middelen geïnstalleerde testruimte wilde ze deze paradoxen onderzoeken.
Lies Caeyers inviteerde er de bezoekers om de ruimte individueel en naakt te betreden. Lichamelijk bewustzijn, sfeer, belichting, materiaalkeuze, stilte, kilte, rust, alertheid,... allemaal begrippen waarmee ze de bezoekers (en zichzelf) wilde confronteren.


'Proeven' uit het verleden en nieuwe werken ontmoeten elkaar in een harmonisch geheel.
Wat ze toonde in de expo 'Kabinet' was niet de eerste ervaring met de 'poppetjes'. In haar atelier zijn een aantal experimenten met naald en draad boven water gekomen. De vrouwelijke figuurtjes hangen soms ondersteboven, zijn (letterlijk) gebonden, gemutileerd en dragen soms mannelijke attributen,...





Uit de serie 'Le jeu des Nains Jaunes'


In tegenstelling tot de sobere objectivering van het vrouwenlichaam in bijvoorbeeld ‘Stucwerk’ lijkt hier eerder een nare droom aan de gang. Misschien is die uiteindelijke objectivering dan wel de mogelijkheid om uit die boze droom te ontwaken. Ik ben geen psycholoog, laat staan een therapeut.

Ik laat haar graag zelf aan het woord, want wellicht is de verklaring veel prozaïscher:

“Ja, ik denk het, ik heb dat over het algemeen wel vaker dat ik me zonder zelf veel ophef te maken amuseer met het uit elkaar halen en weer opbouwen van lijfjes. Mijn grote interesse in geneeskunde en anatomie is daar misschien wel de oorzaak van. Mijn ervaring tijdens mijn 1ste kan geneeskunde was er vooral op gericht om het lichaam als object te benaderen.
Verder was dit ook een beetje een verzet tegen de heel conceptueel gerichte opleiding te Antwerpen. Decoratie, daar werd wat op neergekeken. Versiering om de versiering was er uit den boze. Deze poppetjes zijn dus misschien ook wel een ode aan de toegepaste Sierkunst (ja, met een hoofdletter;;;)), met (vrouwelijke) ambachtelijke technieken en (humoristische) verwijzingen”.




Het ziet er naar uit dat Lies Caeyers, flanerend door haar schijnbaar uiteenlopende artistieke ervaringen en verwezenlijkingen uiteindelijk een tussenstation bereikt heeft waarin een en ander samenvalt en dat op zijn beurt de uitvalsbasis vormt voor nieuwe stappen die resulteren in een verder groeiend 'oeuvre'.
Of hoe je het toeval ook een handje kan helpen door constant te focussen op alle gekende en ongekende middelen en mogelijkheden en dan ook de stappen te zetten om steeds weer bij te leren. Nieuwe technieken, nieuwe invalshoeken, nieuwe mogelijkheden.


Zo had Lies Caeyers een artistiek-technische moeilijkheid met haar serie werken onder de titel ‘The Children of Minkowski', ontstaan in de slipstream van haar eigen 3D-scan, in samenwerking met Kasper Jordaens. 




'The children of Minkowski': het proces

Tijdens de productie van deze ‘kinderen' genereert een wiskundige formule algoritmische afleidingen van de vorm van het menselijk lichaam, met een oneindige reeks bizarre figuren als resultaat. Omgekeerd zouden de kruisingen kunnen leiden tot de oorspronkelijke figuur. Het zijn dus mogelijke vormelijke voorouders. De grote, digitaal geprinte resultaten van dit onderzoek bezorgden echter niet de nodige voldoening voor Lies Caeyers.

Ze ging op zoek naar een manier om haar digitale beelden meer ziel te geven, weg van het computerscherm en droomde ervan deze werken met olieverf 'in te kleuren’.
In het besef dat ze zelf nog niet over de nodige technische kennis beschikte zocht ze contact met Sophie KUIJKEN, een kunstschilder met enorme ervaring inzake traditionele schildertechnieken van de oude meesters en iemand wiens werk ze al jaren volgde.

Het toeval wou dat er net rond die tijd een subsidieronde omtrent de overdracht van vakmanschap georganiseerd werd. In december 2018 werden ze met hun project 'Als ich can' gesubsidieerd om die overdracht in een meester - leerling samenwerking mogelijk te maken. Naast de overlevering van traditionele olieverftechnieken en een onderzoek naar duurzaamheid in het werken met hedendaagse materialen, stond hun doel ook in functie van het vinden van een nieuwe toepassing: de glaceertechniek op die wijze toepassen waardoor een digitale ondergrond (in casu het Minkowski-project) mee een rol speelt. 

De titel van het project 'Als ich can' (uit het Middelnederlands) was ontleend aan het motto dat Jan van Eyck gebruikte en betekent 'naar mijn beste kunnen’, 'zo goed mogelijk’. (Of ook ‘ik doe mijn uiterste best’ of ‘we zien wel waar we komen’.)


Studie handtekening Van Eyck (Lies Caeyers)



Over haar ervaringen met het project omtrent Van Eyck noteerde Lies Caeyers in haar evaluatie het volgende:
“Nee, Jan van Eyck heeft het schilderen met olieverf niet uitgevonden. Maar door zijn kennis van de voor zijn tijd vooruitstrevende alchemie heeft hij de olieverftechniek wel geoptimaliseerd en makkelijker toepasbaar gemaakt. Zo slaagde hij erin heel dunne, transparante lagen te schilderen (glacis). Ook was hij een meester in het schilderen van grisaille (tinten van één kleur)."

Lies Caeyers leerde de technische beheersing van Jan van Eyck kennen en kwam tot het besef dat het exact kopiëren van zijn methode onmogelijk is omdat niet alle ingrediënten (pigmenten, bindmiddelen,...) vandaag nog in dezelfde samenstelling beschikbaar zijn.
Toch was ze er klaar voor om 'even bedachtzaam en duurzaam' te werken met  hedendaagse materialen, teneinde de nalatenschap van de grote Van Eyck alle eer aan te doen.

Dat dit meester-leerling project zou leiden tot de vraag om mee te werken aan de tentoonstelling in de Sint-Baafskathedraal met het gerestaureerde 'Lam Gods' was niet ingecalculeerd, maar werd uiteraard in dank aangenomen.
(Al moeten de Kinderen van Minkowski dan nog maar wat meer geduld oefenen)

Op het plein vlak voor de kathedraal toont Kris Martin zijn frame van het retabel, ‘Altharpiece’, dat rechtstreeks naar het Lam Gods verwijst.
Binnen toont Sophie Kuijken een reeks portretten op de pilaren.

Lies Caeyers realiseerde vijf olie-op-hout werken met ‘ondertekeningen’, verkregen via 'Scanning Electron Microscopy' (SEM), uitgevoerd met de steun van professor Diederik Depla van het Department of Solid State Sciences van UGent. Geprint in grisaille (zie hoger bij Van Eyck) op ayous hout vormden zij de basis waarop Lies Caeyers de gelaagde, historische/geactualiseerde olieverftechniek, die door Sophie Kuijken overgedragen werd, toepaste.


De vijf olieverfpanelen van Lies Caeyers
in de kathedraal, te bezichtigen tot eind september 2020


De geprinte onderlagen zijn uitvergrotingen van minuscule zaadjes van planten die Van Eyck in het Lam Gods schilderde. Voor Lies Caeyers staan de zaden symbool voor de overdracht van informatie over de eeuwen heen. Een samenspel van wetenschap, techniek, schilderkunstig ambacht en veel geduld hebben deze uitwerking mogelijk gemaakt.



Lies Caeyers
Opbouw 'Paconia Mascula'


Silene Coronaria (Prikneus), Origanum Syriacum (Syrische Oregano), Saxifraga Granulata (Knolsteenbreek), Paconia Mascula (Mannetjespioen) en Achillea Millefolium (Gewoon Duizendblad) zijn de planten die door Lies Caeyers uit de achtergrond geplukt zijn.


Het paneel met aanduiding van de planten



Haar originele, beschilderde panelen staan hier zij aan zij, maar Lies Caeyers stelt ook de voor haar steeds terugkerende vraag over de relatie tussen origineel versus copie en unicum versus multipel. Een thema dat haar al geruime tijd bezig houdt.

In een vitrine ligt hier dan ook een gelimiteerde editie van haar olieverfpanelen (papier en hout), te koop aangeboden in de giftshop van Sint-Baafs.


Een weerspiegeld glasraam en een glimp van 
de ‘Paconia Mascula’ (Mannetjespioen)

De 'Paconia Mascula' als editie


Naast de vraag 'Wat is kunst?' wordt haar hele artistieke praktijk beheerst door de dualiteit tussen unicum en multipel, perfectie en imperfectie, high tech en ambacht, wetenschap en kunst, filosofie en dagelijkse realiteit,... het leven zoals het zich afspeelt in het hoofd en via de handen van Lies Caeyers.

Er staat in de nabije toekomst heel wat te gebeuren. Het project 'FACTORY' is in volle voorbereiding en we konden in primeur al kennis maken met een paar flitsen van edities als voortraject op een totaal nieuwe inhoudelijke piste die na de opstart van 'FACTORY' concrete vorm zal aannemen.


Elke editie wordt gebrandmerkt met het logo van de projectgroep waaronder het origineel werk behoort. (Op de olieverfpanelen verwijst dit naar de brandmerken van de makers van het houten paneel in de Middeleeuwen)



Prototype editie ‘Monovolume’


Er blijft nog heel wat te ontdekken. We zullen deze dame dan ook op de voet volgen en houden u op de hoogte van haar evolutie en tentoonstellingen.



Tot slot geeft ze ons nog deze gedachte mee:

"Als kind was het mijn droom om UITVINDER te worden. 
Misschien zit ik er intussen toch niet zover af."


Raadpleeg de website van Lies Caeyers voor meer informatie

liescaeyers.com


Ga NU ook naar

 instagram.com/artspace_lavalise/
en
instagram.com/artspotter_waterschoenen/

voor een kleine tentoonstelling van onderstaande werken:


1. Lies Caeyers @ Artspace La_Valise


2. Kamerstukken, 2018 (Kabinet)
3. Kamerstukken, 2018 (Kabinet
4. Stucwerk, 2015 (Kabinet)
5. Stucwerk, 2015 (Kabinet)
6. Origanum Syriacum, 2019 (olieverfpaneel - Als ich can)
7. Fig. 1, 2004 (Lab)
8. The Lab, 2017 (Lab)
9. The children of Minkowski, 2010 (Studio)
10. Le jeu des Nains jaunes, 2008 (Lab)



© Art Spotter / Waterschoenen





woensdag 1 april 2020

Op VIRTUELE ONTDEKKING in de GALERIES van RIVOLI Brussel




Het zijn vreemde tijden, ook in 'kunstenland'.

Onze uitstap naar Rivoli Brussel viel in het water.
 De galeries blijven nog een hele tijd gesloten.
Ook de galeriehouders, kunstenaars en kunstliefhebbers moeten 
'in hun kot' blijven.

Hierna een poging om toch één en ander in beeld te brengen.

Dat is trouwens al jaren de essentie van 'WATERSCHOENEN'.

Misschien kunt u over enige tijd toch nog in 't echt gaan kijken...


ZWART HUIS

Fik van Gestel
Voor de knoppen
08.03.2020 - 27.06.2020
Rivoli Building #20 - Brussel

© Fik van Gestel & Zwart Huis


‘Il ne s’agit pas de peindre la vie. Il s’agit de rendre vivante la peinture’
Pierre Bonnard

Eric Rinckhout over Fik van Gestel:


"Het kan nauwelijks verbazen dat Fik van Gestel een groot bewonderaar is van Pierre Bonnard (1867-1947). De Franse schilder is een kleurentovenaar, net zoals zijn vriend Henri Matisse...

Fik van Gestel laat zich inspireren door Bonnard in werken als ‘Balkon’ en ‘Le jardin de Pierre’, maar gaat daarbij resoluut zijn eigen weg. In ‘Le jardin de Pierre’ laat hij de verf opwolken en woekeren. Nu eens laat hij zijn verf van het doek lekken en druipen, dan weer brengt hij ze romig en smeuïg op. De kleuren - geel, oranje, bruin, groen - blinken, ze zijn helder, fel en warm. Hier en daar is er een zweem van organische vormen – een boomstam, bloemen en bladeren – maar het zijn nauwelijks meer dan flarden en schimmen. ‘Le jardin de Pierre’ is een sfeer, een samenscholing van kleuren op zoek naar een vorm... "

Lees de volledige tekst via onderstaande LINK.



***

HOPSTREET GALLERY

Elke Andreas Boon 
‘In convenience we trust’ 
08 maart– 02 mei 2020


The cup #2, 2019
Plate, spoon, gold plated, 7 x 7 cm
Elke Andreas Boon & Hopstreet Gallery

Beeldend kunstenaar Elke Andreas Boon hanteert verschillende media. Daarmee bouwt zij installaties waarin ze verschillende werken met elkaar confronteert.

Met haar werk bevraagt Elke Andreas Boon wat de mens tot mens maakt. De spanning die ontstaat tussen het beantwoorden aan en het ontwijken van sociale verwachtingspatronen. De individuele keuzes ten opzichte van de globale wereld. Na de mooie, vaak sensuele indruk die de werken eerst maken, sijpelt langzaam een realiteit door die ons als toeschouwer confronteert met een onbestemde twijfel en de absurditeit van het mens-zijn. De werken geven geen oplossingen, de vragen die ze opwerpen, blijven onbeantwoord. Wel stapelen de betekenislagen en nuances zich op.

Kunstenaarschap is voor Elke Andreas Boon een radicale keuze voor vrijheid en een gelofte aan het ongebonden blijven aan maatschappelijke structuren.
Haar werk is getuige van een zeer persoonlijke sensibiliteit, soms brutaal direct, dan weer verstild mooi. De kracht zit in de integriteit waarmee ze communiceert. Haar afwijzing om de kijker richting te geven in enige interpretatie, gebiedt eenieder de vrijheid te nemen te reflecteren over een eigen betekenisgeving.


Gallery view
Elke Andreas Boon & Hopstreet Gallery

Elke Andreas Boon woont en werkt in Gent. Ze studeerde aan het KASK, Gent. Ze is in de kunstwereld al lang geen onbekende meer. Ze vestigde haar naam met talrijke tentoonstellingen in binnenland - Fotomuseum Antwerpen, Museum Dhondt-Dhaenens Deurle, Museum Dr. Guislain, Gent, Raveelmuseum Machelen-Zulte ... en in het buitenland De Brakke Grond, Amsterdam, Guangdong Museum of Art, China, Camara Oscura, Madrid ... en de verschijning van haar werk in boekvorm ‘Monologen’ uitgegeven door Ludion, een bundeling van haar fotografische portretten van kinderen en jongvolwassenen met nachtbeelden van schuilplekken en treinen.

Haar werk bevindt zich in het S.M.A.K. Gent; FOMU Antwerpen; MDD Deurle en provincie Oost-Vlaanderen.

Ze is naast beeldend kunstenaar ook muzikant en componist bij G A U S S. www.gauss.nu - www.elkeandreasboon.com


Meer beeldmateriaal op:



***

SCHÖNFELD GALLERY

So far/so close

Jan Locus

Albert Pepermans



'So far /So close’ reflects in Schönfeld Gallery in Brussels first and foremost on close family ties, migration and loss.
‘The Distance Between Us’ of Jan Locus starts from two audio cassettes, which he received from a Moroccan family in Molenbeek. The intense film echoes the mourning of a mother who stayed behind in Morocco and other messages with grey images of Brussels. Black and White photos also show images of Casablanca.

On the second floor Albert Pepermans shows his unorthodox use of photography: snapshots of his often distant travels in the ‘Journal Brut’ series and drawings photographed in a passport photo booth in the ‘Sans Papier’ series.


BEZOEK DE TENTOONSTELLING VIA DEZE LINK:



***

ROSSICONTEMPORARY


Tine GUNS
Why do we fall Bruce?



https://tineguns.com/work/

www.rossicontemporary.be

***



donderdag 26 maart 2020

SECONDROOM Antwerpen: KALENDER VOORJAAR 2020



*** MET DE ONVERMIJDELIJKE INVLOED VAN CORONA VOOR OGEN ***

... volgt hierna niettemin het geplande voorjaarsprogramma van



SECONDroom 2020

Antwerpen




Sinds 2006 organiseert SECONDroom (Sr) eendags-tentoonstellingen als onafhankelijk platform.



De expo’s vinden nog steeds wekelijks plaats op zaterdag van 18u tot 21u



Ontstaan in een woonkamer in de Papenvast te Brussel werden er ondertussen al verscheidene mutaties gevormd te Brussel, Gent, Leuven, Antwerpen… 
en wordt de oorspronkelijke versie nog steeds verder gezet te Antwerpen en/of in samenwerking met andere initiatieven.

Sinds zijn ontstaan heeft SECONDroom meer dan 300 tentoonstellingen georganiseerd.

De tentoonstellingen in Antwerpen gaan door in: 


SECONDroom EXPO
Terlinckstraat 30
2600 Antwerpen (Berchem)



maart 2020



07/03 

Bart Vandevijvere & Laurent Rigaut

21/03 

Valgerður Sigurðardóttir, Kristín Karólína Helgadóttir & Sigurrós Guðbjörg Björnsdóttir



april 2020



04/04 

Hilde Overbergh (*)
11/04 
John Van Oers (*)
18/04 
Niels Coos & Jan Reimus


mei 2020


02/05 
Vincent De Roder (*)
09/05 
Freddy van Parys (*)
16/05 
Ilse Liekens
30/05 
Maxime Christiaensen (studio christiaensen)


juni 2020


06/06 
Pieter Chanterie
13/06 
Zarah Coussement


(*) deze kunstenaars verschenen reeds eerder in WATERSCHOENEN.BLOGSPOT.COM

*


Korte geschiedenis van SECONDroomvzw





SECONDroom begon in 2006 als een initiatief van Christophe Floré, Mira Sanders en Jan(us) Boudewijns in Floré’s privé-woning aan de Papenvest 114 in Brussel. Op de eerste verdieping werd een kleine kamer getransformeerd tot tentoonstellingsruimte waar elke zaterdag tussen 18u en 21u een andere kunstenaar carte blanche kreeg om te experimenteren. Deze voortdurende hernieuwing van tentoonstellingen verleende SECONDroom een particulier karakter. Omdat de duur van de expositie beperkt werd tot een vernissage kreeg ze de impact van een evenement. De intimiteit van de privé-ruimte en de aanwezigheid van de kunstenaar creëerden een informeel platform voor tal van uitwisselingen en ontmoetingen.

Na de privé-woonst, verhuisde SECONDroom naar een locatie bij Recyclart, één van de galerie-ruimtes onder het treinstation Brussel Kapellekerk. Hier werd het initiatief verder gezet en mee ondersteund door Colin Waeghe, Francis Denys, Korneel Devillé en Jan Verbruggen.

Voor de werking van SECONDroom Gent in 2010 sloegen Colin Waeghe, Ian Gyselinck, Saar Van Laere, Wim Beddegenoots en Steve Reynders de handen in elkaar. Vanaf januari 2011 verhuisden ze van een unieke loods aan de oude dokken naar de vroegere snoepwinkel naast de Vooruit. Om de twee weken werd deze ruimte omgevormd tot een potentiële tentoonstellingsruimte die je steeds op vrijdag tussen 19 u en 23 u kon bezoeken. In 2014 zetten Kristof Van Heeschvelde, Steve Reynders en Ben Benaouisse, opnieuw de deuren open van SECONDroom Gent binnen de DOKsite. Eveneens werd in dat jaar een SECONDroom Leuven opgericht. door Sofie Haessaerts, Francis Denys, Hilde Overbergh en Ilse Van Roy. Al deze platformen opereren volledig onafhankelijk van elkaar. Ze dragen enkel in hun gemeeschappelijk DNA het plezier en de noodzaak van de praxis om kunstenaars een open platform te geven.

SECONDroom Antwerpen heeft sinds zijn begin in 2010 gefunctioneerd op diverse locaties in Antwerpen. Vanaf 2016 is de locatie in de Terlinckstraat 30 te Berchem de vaste uitvalsbasis geworden voor de activiteiten van SECONDroom Antwerpen. Het team van SECONDroom Antwerpen bestaat uit: Christophe Floré, David Van Mieghem, Tanja Vrancken, Marc Van Tichel en Athéna Lazarou.


SECONDroom in beeld...










donderdag 19 maart 2020

SCHITTERENDE MUURSCHILDERINGEN in het RAVEELMUSEUM



Op zondag 8 maart 2020 liep het Raveelmuseum stevig vol voor de vernissage van de tentoonstelling 'Muurschilderingen' met werk in situ van Sophie WHETTNALL, Jana CORDENIER, Koen VAN DEN BROEK, Tatjana GERHARD, Carole VANDERLINDEN en Matthieu RONSSE in gesprek met Roger RAVEEL.

De tentoonstelling kwam er op initiatief van Piet Coessens, de voormalige directeur die op 1 januari het roer van het museum doorgaf aan Melanie Deboutte.

Amper een week na de feestelijke opening is het museum echter (onder druk van het coronavirus) al meteen tot minstens 3 april gesloten.
We zijn dan ook zo vrij deze bespreking ruimer dan voorzien met beeldmateriaal in te kleden, zodat U alvast een idee krijgt van de presentatie. Hopelijk is na 3 april weer alles onder controle, zodat U met eigen ogen kunt gaan kijken.



Raveelmuseum

Het begrip 'muurschildering' speelde ook in het oeuvre van Roger Raveel een belangrijke rol. De vroege ingreep in een privéwoning te Astene (1955) en de alom bekende muurschilderingen in de kelders van het kasteel in Beervelde, die hij in 1966 samen met Raoul De Keyser, Etienne Elias en Reinier Lucassen realiseerde, worden hier in herinnering gebracht.

Maar van Raveel herinner ik me nog heel wat meer muurschilderingen.
In 1974 maakte hij voor de toenmalige Stichting Veranneman 'Een familiaal gebeuren' in wat nu 'SONS' (Shoes or no shoes) (Kruishoutem) heet.


Roger Raveel, Een familiaal gebeuren,
Stichting Veranneman, 1974


In 1976 werd voor het Brusselse metrostation Mérode het grote werk 'Wat bedoelde Ensor met Vive la Sociale?' gemaakt.

In 1986 was hij er ook bij voor Chambres d'Amis in Gent en in 1996 kreeg het Vlaams Parlement zijn 'Bezinning over de illusie van de macht'.


*

De zes kunstenaars in de huidige tentoonstelling stelden reeds eerder in het museum tentoon. Voor Jana Cordenier, Tatjana Gerhard en Carole Vanderlinden is het echter hun eerste ervaring met het medium 'muurschildering'.


Raveel weerspiegelt Sophie Whettnall
© Raveelmuseum & Sophie Whetttnall

In de hal van het museum bijt Sophie WHETTNALL (°1973) de spits af met een indrukwekkende muurtekening 'Black Dust' in zwarte spray paint. Je denkt onvermijdelijk aan een gigantische struik of de kruin van een boom, die zich van de vloer tot in de vide een weg zoekt.
Het 'karretje om de hemel te vervoeren' van Raveel werd hier op perfecte wijze geïntegreerd en geeft het geheel een extra dimensie.



© Jana Cordenier & Raveelmuseum


Het hoekje om, de lange trap op, staan we even later voor het gigantische doek van Jana CORDENIER (°1989). De gebruikte techniek laat geen rechtstreekse toepassing op de muur toe, maar haar transparante doek heeft ze op maat van de ruimte gemaakt.

Haar borduurwerk zorgt voor subtiele kleurtoetsen in een verder smetteloze omgeving.

Voor haar is het een vastleggen van tijd en ruimte, in dit geval gebaseerd op haar impressies van het bijzondere landschap aan de oevers van de Leie.

In 2018 maakte Jana Cordenier hier een opgemerkte passage in combinatie met James Ensor in het kader van de Biënnale van de Schilderkunst.




© Koen Van den Broek & Raveelmuseum

Koen VAN DEN BROEK (°1973) kiest voor een architecturaal gegeven uit de directe omgeving en speelt daarmee ontegensprekelijk in op het werk van Raveel, voor wie de dagdagelijkse, schijnbaar banale elementen uit dit dorp een onschatbare waarde hadden. Maar ook in zijn eigen werk zijn onverwachte benaderingen dagelijkse kost. Wie hem vooral kent van zijn landschappelijke schilderijen met autosnelwegen, bruggen, ellenlange straten met stoepen en  langgerekte schaduwen, zal misschien wat raar opkijken. Hier geeft hij mijns inziens uiting aan een beklemmend dorpsgevoel, terwijl ik hem toch meer zie floreren als de schilder van licht en ruimte. Koen Van den Broek is wellicht geen mens voor een dorp, maar voor een hele wereld.
Zopas was hij met zijn 'Wall Works' nog te gast in De Garage (Mechelen).



© Tatjana Gerhard & Raveelmuseum 

© Tatjana Gerhard & Raveelmuseum (detail)

In de volgende kamers is de sfeer totaal anders. Tatjana GERHARD (°1974) speelt met de ruimte en met de gebruikte materialen.
In het eerste kamertje lijkt het wel alsof er een complete transformatie aan de gang is. Gerhard positioneert zich als een archeologe die de geschiedenis van deze kamer in verschillende onderliggende lagen te voorschijn tovert, terwijl ze toch het hele tafereel toevoegt.

In de tweede kamer creëert ze een andere wereld. Tegen een gedetailleerde, repetitieve achtergrond schildert ze twee 'lijsten' met vreemde, getourmenteerde portretten waarin je zowel invloeden van Francis Bacon als Pablo Picasso kan vermoeden.

De twee ingrepen getuigen van een bijzondere inleving en een gedegen achtergrond. Als debuut inzake muurschilderingen kan deze bijdrage tellen.



© Carole Vanderlinden & Raveelmuseum

We schuiven door naar de achterste kamer waar we Carole VANDERLINDEN (°1973) met haar debuut inzake muurschilderingen begroeten.
In 'Waterschoenen' volg ik haar al zeer lang en ondanks de veelheid aan vormen, kleuren en onderwerpen die ze meestal op kleinere formaten gebruikt, is het niet moeilijk haar werk te herkennen.
Ook deze 'Totem' springt er tussen vloer en plafond meteen uit als een echte 'Vanderlinden'. De constructieve en beeldende kracht tegen die egale, kleurrijke achtergrond, zet zich meteen op mijn netvlies vast.
Ik kan thuis ook wel eens een muur vrijmaken...


Op de terugweg worden we nog vergast op verwijzingen naar de muurschilderingen van Roger Raveel: het fresco in Astene (1955) en de kelders van Beervelde (1966).


© Matthieu Ronsse & Raveelmuseum (detail)


Beneden wacht ons in de allerlaatste kamer van de voormalige pastorie nog de exhuberante bijdrage van Matthieu RONSSE (°1981): constructief, destructief, barok, kunsthistorisch, duister, kleurrijk, alomvattend, overweldigend,...

De grote vierkante kamer waar we in het verleden presentaties van o.a. Carole Vanderlinden of Mario De Brabandere zagen, is door Matthieu RONSSE met schilderkunstige middelen verbouwd tot een allesomvattend 'environment'. Geen enkel stukje muur, schouw, raam, deur is onbeschilderd gebleven.
Het is een kunsthistorisch stripverhaal, niet gespeend van enige duisternis, getuigend van ondernemingszin, kunsthistorische kennis en artistiek métier. Dit moet je 'in het echt' gezien hebben om het te geloven.

***

De levendige, groeiende grijsheid van Sophie Whettnall, de subtiele leegte van Jana Cordenier, de strakke architectuur van Koen Van den Broek, de speelse, huiselijke archeologie en de ingekapselde, verwrongen portretten van Tatjana Gerhard, de constructieve kracht van Carole Vanderlinden en de 'allround' wereld van Matthieu Ronsse...

Het zijn evenveel invullingen van het begrip 'vierkant' dat in het werk van Raveel een zo belangrijke rol speelt.

In de museumcatalogus van 1999 beschrijft Roland Jooris het als volgt:

"Raveel gebruikt het vierkant als heel vrij en ondogmatisch. Het vierkant als een leegte, als een beschouwelijk vlak, als een ding, als een hoofd, als het alles en het niets. Het vierkant als de kamer waarin de mens zijn vierkant schept." 


***

Dat al deze muurschilderingen na de tentoonstelling onder een neutrale verflaag verdwijen, klinkt misschien nogal spijtig, maar dat was nu eenmaal de afspraak met de deelnemende kunstenaars. Toch benieuwd !

***

(voorlopig gesloten tot en met 3 april 2020)

De tentoonstelling loopt tot 7 juni 2020
woensdag t/m zondag: 11 - 17 uur
maandag en dinsdag gesloten

RAVEELMUSEUM Gildestraat 2 - 8
9870 MACHELEN - ZULTE

www.rogerraveelmuseum.be


© Art Spotter / Waterschoenen