Zoeken in deze blog

Posts tonen met het label Mudel. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Mudel. Alle posts tonen

woensdag 2 september 2020

BEZOEK AAN RAVEELMUSEUM, MUDEL en MDD: BIËNNALE VAN DE SCHILDERKUNST 2020 'BINNENSKAMERS'

 

We hadden U de Biënnale van de Schilderkunst 2020 onlangs in WATERSCHOENEN uitgebreid aangekondigd.

Daar kreeg U reeds een omschrijving van het thema, de invulling daarvan op de verschillende locaties en de praktische informatie om Uw bezoek te plannen.

Zoals toen ook vermeld, was het thema 'Binnenskamers' nog voor de uitbraak van het coronavirus gekozen, maar kreeg het vanzelfsprekend een extra betekenis binnen het kader van de quarantaine en aanverwante maatregelen.

In de verzorgde catalogus (inbegrepen bij Uw ticket voor de Biënnale) wordt de titel  'Binnenskamers' als volgt omschreven:

"Onder de titel Binnenskamers spitst deze editie zich toe op het interieur binnen de conventies van de kunstgeschiedenis. Traditioneel vormt het interieur het decor van een tafereel, het omhulsel van een verhaal - een kader binnen een kader. Het interieur verhult en onthult. Het bestaat binnen de grenzen van haar eigen identiteit en geborgenheid. Toch veronderstelt dit 'binnen' ook een 'buiten'."

Intussen zijn we eindelijk zelf ter plekke geraakt. In onderstaand verslag bieden we een compacte indruk van wat U tot 18 oktober 2020 kan gaan bekijken. 

Omwille van de COVID-maatregelen moet U voor de verschillende musea op voorhand een datum en tijdsblokken reserveren, maar dat kan de pret niet bederven.

*

Wij begonnen onze wandeling in het RAVEELMUSEUM, waar de traditionele indeling omgegooid werd. De benedenruimte waar voorheen de vaste collectie getoond werd, is nu het terrein van de 'Biënnale van de Schilderkunst', waarin curator Melanie Deboutte met een eigen, zinnige keuze het begrip schilderkunst opentrekt, met inbegrip van monumentale ruimtelijkheid en bovendien tijdperken dichtbij of verderaf met elkaar confronteert.

Zo worden ruimtelijke omgevingen driedimensionaal uitgewerkt door Lily Dujourie, Jan Vercruysse of Philippe Van Snick of objectmatig benaderd door Valérie Mannaerts.

'Echte' schilders zoals Jan Van Imschoot of Jean Brusselmans ontplooien hun visie in strakke, architecturale taferelen. Het werk dat Narcisse Tordoir in de tweede helft van de jaren 80 maakte, blijft onbetwistbaar sterk staan. En dan is er ook nog de ontmoeting tussen Raoul De Keyser en Roger Raveel in enkele werken. Maar er is uiteraard meer...

Hierna enkele beelden uit de presentatie.

Meer beeldmateriaal op:

https://www.instagram.com/rogerraveelmuseum/

https://www.facebook.com/rogerraveelmuseum


Lili Dujouri
Between Black and Pink, 1986, Mixed Media
Belfius Art Collection



Valérie Mannaerts, detail zaalzicht



Narcisse Tordoir, Zonder Titel, 1987, Mixed Media, Privécollectie



Jean Brusselmans, Mansarde II, 1939, Olieverf op doek
Collectie Museum voor Schone Kunsten, Gent


***

We keren terug naar de voorkant van het museum en nemen de trap naar boven voor de nieuwe opstelling omtrent Roger Raveel, los van de Biënnale van de Schilderkunst.

DE WORDINGSJAREN: 1941 - 1960
Schilderijen en tekeningen uit de verzameling
van het Roger Raveel Museum

Deze presentatie loopt tot 31 januari 2021.


"Sinds 1 juli pakt het Roger Raveel Museum uit met een nieuwe collectiepresentatie. De wordingsjaren: 1941-1960 omvat een selectie van zelden getoonde schilderijen en tekeningen uit de periode waarin de jonge Roger Raveel (1921-2013) op zoek is naar zijn eigen signatuur en positie als schilder. De tentoonstelling tracht, wars van chronologie, het veelzijdige experiment van Raveels ontluikende oeuvre bloot te leggen. Het gedurfd palet van kleuren en technieken is reeds onmiskenbaar aanwezig in beheerste composities waarbinnen de kunstenaar de complexiteit van de werkelijkheid probeert te vatten. Een betonnen muurtje in de tuin, een koffiepot op de tafel, de boer die zijn akker ploegt: de protagonisten uit Raveels universum – het dorp aan de Leie waar hij zijn leven lang woonde en werkte – verschijnen al vroeg als motieven in zijn schilderkunstig onderzoek. De aandacht van de schilder verschuift in deze twee decennia stelselmatig van een figuratieve naar een abstraherende beeldtaal in een poging atmosfeer, licht en de ‘mentale ruimte’ te vangen. De tentoonstelling geldt als een eerste stap in het verdere onderzoek en bredere ontsluiting van de museumcollectie in de komende jaren."

(Uit de website van het Museum)


Roger Raveel, 
Stilleven met broodplank en mes, 1948, Olieverf op papier gemaroufleerd op multiplex
Poes aan paal, 1954, Olieverf op hardboard,Collectie Vlaamse Gemeenschap



Roger Raveel, Tafeltje met rode vlek, 1952,
olieverf op hardboard
Collectie Vlaamse Gemeenschap



Roger Raveel, Het binnenhalen van de oogst, 1941,
Olieverf op karton gemaroufleerd op paneel
Collectie Vlaamse Gemeenschap


Roger Raveel, Portret van Zulma, 1948/49,
Olieverf op doek
Collectie Vlaamse Gemeenschap


***

Voor het vervolg van de 'Biënnale van de Schilderkunst' trekken we naar het Museum van Deinze en de Leiestreek (mudel) in Deinze.

Met figuren als Emile Claus en Léon De Smet put het museum uit de eigen collectie, maar het laat ook niet na om de zoektocht uit te breiden naar hedendaagse kunstenaars. Daarin wordt ruimte gelaten voor verschillende benaderingen, maar het valt toch wel op dat de nadruk hier op de schilderkunst ligt.
Sommigen grijpen daarbij terug op traditionele middelen zoals olieverf op doek.
Neem nu Bendt Eyckermans of Kristof Van Heeschvelde die hiermee echter elk op hun manier een aparte wereld neerzetten.
De presentatie van Kristof Van Heeschvelde maakt een zeer levendige indruk en weet tegelijk de dialoog met Jan Van Beers aan te gaan.
Noteer ook de synergie tussen Joëlle Dubois en Charley Toorop.
Olga Fedorova zorgt voor de nodige dosis vervreemding.


Hierna enkele beelden uit de presentatie.

Meer beeldmateriaal op:




Léon De Smet, 
Portret van Mevrouw Van Hecke (geel),
1920
Olieverf op doek
Collectie mudel Deinze



Kristof Van Heeschvelde, 2016 - 2019
Olieverf op doek
Courtesy Berserk Art Agency Burcht



Jan van Beers, Modegek, 1874, Olieverf op doek
Collectie Stadsmuseum Lier




Olga Fedorova, Black Box, 2017
Lenticulaire Print
Privé collectie, Zwevegem
Courtesy Tatjana Pieters Gallery


***

Op naar Deurle voor een bezoek aan MDD (Museum Dhondt-DHAENENS).

"Bij MDD staat Binnenskamers synoniem voor nabijheid, intimiteit en de directheid die ontstaat door nauw contact. Of het nu het huis, het atelier of de illusionistische ruimte van het schilderen zelf is, het thema toont de subtiliteiten en texturen van wat zich binnenin afspeelt en onthult overwacht veelzijdige en verschillende ruimtes."

(Uit de catalogus van de Biënnale van de Schilderkunst)

MDD put gewoontegetrouw uit de internationale kunstenaarsvijver, maar concentreert zijn tentoonstelling toch rond 'historische' kunstenaars van eigen bodem: Gust De Smet, Léon De Smet, James Ensor, Louis Thevenet, Rik Wouters, gekoppeld aan hedendaags werk van Luct Tuymans, Maaike Schoorel en Marie-Fleur Lefbvre. 
Imponerend werk van Mamma Andersson, Lucy McKenzie of Walid Raad...


Hierna enkele beelden uit de presentatie.

Meer beeldmateriaal op:




Gust De Smet, De verwachting, 1928
Gouache en olieverf op papier
Privécollectie op papier



Louis Thevenet, De rode kast, 1915, Collectie MDD



Art Spotter meets Marie-Fleur Lefebvre
Weaving Heroe Flash, 2020



Walid Raad, deel van installatie 'Letters to the Reader',
2014 - 2017, MDF panelen en verf
Courtesy van de kunstenaar en Sfeir-Semmler Gallery, Beirout/Hamburg
&
Gust De Smet, Naakt met goudvissen, 1928,
Olieverf op doek, Privécollectie

***


Salon des Editions 1973 - 2020
Een overzicht van door MDD uitgegeven edities
in de achterzaal van het museum

Met tal van pareltjes die nog beschikbaar zijn...
zie catalogus via deze 

Net buiten het museumterrein kunt U nog op bezoek in HOPSTREET GALLERY. Het verslag hierover brachten we U enkel dagen geleden via onderstaand artikel:


Ook het Museum Gust De Smet en de presentatie van Gideon Kiefer in het Gemeentelijk Museum van Sint-Martens-Latem kunt U nog bezoeken.
(info via de link bovenaan in dit artikel)






© Art Spotter / Waterschoenen





zaterdag 1 december 2018

‘DE NIEUWE MORGEN’ in MUDEL (Deinze)



Op 10 juli van dit jaar namen we U in Waterschoenen mee naar de Biënnale van de Schilderkunst, waarmee de musea van de Leiestreek (MDD - Deurle, MUDEL - Deinze en Raveelmuseum - Machelen aan de Leie) in een unieke samenwerking een forum bieden aan hedendaagse kunstenaars.

In het MUDEL (Museum van Deinze en de Leiestreek) fungeerde een enorme wand met schilderijen van vroegere 'Leieschilders' als uitgangspunt.


Vandaag staan we er terug voor een kennismaking met de tentoonstelling 

'de nieuwe morgen'

 waarin het impressionisme, het symbolisme en het expressionisme in Vlaanderen tussen 1890 en 1930 belicht worden aan de hand van ruim 60 werken uit twee van de belangrijkste privécollecties op dit terrein: de Londense Simon Collection en de collectie van Herman De Bode, onlangs opgenomen in de Phoebus Foundation van Fernand Huts.


'de nieuwe morgen' in het mudel


Met deze tentoonstelling sluit het museum nauw aan bij de eigen artistieke collectie die "enkel bestaat uit werken gemaakt door kunstenaars, die gewoond en/of gewerkt hebben in de streek rond de Leie".

Toen ik in 1999 het museum bezocht, ontdekte ik een vaste collectie met heel wat namen die vandaag in 'de nieuwe morgen' terugkeren, zoals George Minne, Valerius De Saedeleer, Gustave Van de Woestijne, Constant Permeke, Leon De Smet, Gust De Smet of Frits Van den Berghe.
Zij vormen in sterke mate het DNA van deze collectie.

Uiteraard ligt de selectie in 'de nieuwe morgen' een stuk ruimer dan de Latemse School, maar toch spelen de schilders uit die kringen een cruciale rol.


Frits Van den Berghe, Droom bij wake, 1926
The Phoebus Foundation


'De nieuwe morgen' wijst op internationale doorbraken in de beeldvorming van de Europese kunst.
In Frankrijk, toen nog een artistiek gidsland, keerde een figuur als Courbet zich reeds in 1850 af van de academische kunst om te ijveren voor het realisme. Nadien, vanaf 1863 zorgde o.a. Claude Monet voor vernieuwing met het impressionisme, waarna Seurat en Signac de lijn op quasi wetenschappelijke wijze doortrokken naar het pointillisme. Les Nabis, onder impuls van Paul Serusier, wilden dan weer meer diepgang in de richting van het symbolisme.

Kunstenaarsverenigingen als 'Les Vingt' en 'La Libre Esthétique' (waar ondermeer Ensor, Van Rysselberghe of Minne lid waren) brachten tussen 1883 en 1914 de heersende richtingen en hun vertegenwoordigers naar ons land via tentoonstellingen en het tijdschrift L'art moderne.

Dan was er ook nog het Duitse expressionisme met groepen als Die Brücke en Der Blaue Reiter, maar toen waren we al voorbij de eeuwwisseling.
Kunstenaars als Gust De Smet en Frits Van Den Berghe ondergingen die invloeden gedurende hun ballingschap tijdens de eerste wereldoorlog in Nederland.

Al die eerder genoemde voorbeelden vertaalden zich vroeg of laat in Vlaamse toepassingen, soms op een heel specifieke manier zoals het 'luminisme' van Emile Claus of het 'Vlaams expressionisme'.


Gustave De Smet, Zomer, 1913
The Phoebus Foundation


We worden in het museum verwelkomd door twee schilderijen die meteen de toon zetten: Frits Van den Berghe met 'Droom bij wake' (1926) (zie hoger) en Gustave De Smet met 'Zomer' (1913) (zie hierboven).

Het eerste is een mix van de expressionistische vormgeving en een dreigende sfeerschepping die het persoonlijke verhaal van een gespannen relatie beschrijft. Van den Berghe durfde wel meer ophalen uit de diepe krochten van het onderbewuste om tot bevreemdende scènes te komen.

In het tweede werk voert De Smet volgens Piet Boyens (in de overigens schitterende catalogus bij deze tentoonstelling) "nog een late rondedans van het impressionisme op". Hij schilderde dit doek speciaal voor de Wereldtentoonstelling van 1913 in Gent, als deel van de serie 'Seizoenen'.
De techniek mag dan al impressionistisch zijn, de vrouwenfiguur (femme-fleur) ademt symboliek.


Laat ons in de verschillende afdelingen enkele werken belichten. Zo ontdekt U gaandeweg de hele collectie die U soms zal vertederen, dan weer verstillen of verwonderen en U nu en dan tot innerlijke vreugdedansjes zal verleiden.

We beginnen in de zaal van het impressionisme.

Het schilderij 'Zonnig interieur (De tafel)' (1910) is meteen een voorbeeld van impressionisme gemengd met technieken van het pointillisme. Het bijzonder zonnige, kleurrijke tafereel is, ondanks de 'wazige' invulling, nog steeds strak gestructureerd, terwijl de vrouw op de achtergrond bijna in het decor verdwijnt.
Intimistische badscènes met het koloriet van Bonnard dringen zich op bij het zien van dit schilderij.

Henry Van de Velde (die een belangrijke figuur in de art nouveau zou worden) kiest dan weer voor de principiële toepassing van het pointillisme. Getuige hiervan is het schilderij 'De kerkgang' (1889).


Frits Van den Berghe
Klein meisje in de tuin
1909
The Phoebus Foundation

Noteer toch ook het werk 'Klein meisje in de tuin' (1909), waarmee de onvatbare Frits Van den Berghe een schijnbaar zuivere uitstap in het impressionisme maakt. Maar deze kunstenaar beperkt zich nooit tot het oppervlak. Het meisje kijkt ons diep in de ogen.

Emile Claus was zonder twijfel de kunstenaar die van het impressionisme een eigen, succesrijke versie maakte met zijn 'luminisme'. . Het museum bezit zelf zijn monumentale 'Bietenoogst'.


Leon De Smet
Meisje (Dédé) aan tafel
1921
The Phoebus Foundation


U laat hier ongetwijfeld Rik Wouters niet aan Uw aandacht ontsnappen en bij het grote raam mag U 'Meisje (Dédé) aan tafel' (1921) van Leon De Smet zeker niet uit het oog verliezen.



Op nu naar de zaal van het symbolisme, waar we begroet worden door James Ensor, die met zijn maskers een heel eigen gezicht toont.
'Du rire aux larmes' (1908) is typisch Ensor en staat qua kleurgebruik en penseelvoering mijlenver van Spilliaert of De Saedeleer.


James Ensor, Du rire aux larmes, 1908
The Simon Collection of Belgian Art


De gestileerde landschappen zoals 'De oude perelaar' (1925) van Valerius De Saedeleer en de verfijnde 'Kleine reliekdrager' (1897) van George Minne houden de balans tussen oud en jong perfect in evenwicht.

Met 'De slechte zaaier' (1908) brengt Gustave Van de Woestijne een soort icoon naar de vorm, maar ook inhoudelijk van zijn tijd en zijn persoonlijke leefwereld.


Valerius De Saedeleer
De oude perelaar
1925
The Phoebus Foundation
George Minne
De kleine reliekdrager
1897
The Simon Collection of Belgian Art



In de zaal 'Ballingschap en vrijheid' wordt duidelijk hoe de eerste wereldoorlog voor nogal wat kunstenaars tot nieuwe contacten en inzichten leidde. Dat had vooral te maken met hun ballingschap in Engeland of Nederland. Zo vonden Gustave De Smet en Frits Van den Berghe via Nederland aansluiting bij het Duits expressionisme. Voor De Smet bleek dat een natuurlijke weg in de evolutie van zijn beeldtaal. Zijn schilderij 'Venster op de stad' (Amsterdam, 1918) is daar al meteen een treffend voorbeeld van.


Het 'Vlaams expressionisme' vindt vanaf 1920 een eigen weg, vooral onder impuls van Gustave De Smet, Frits Van den Berghe en Constant Permeke. Het zijn bij Permeke niet altijd flink uit de kluiten gewassen boeren of boerinnen, maar ook 'verfijnde' figuren zoals 'De prelaat' (1925) die zijn doeken bevolken.



Constant Permeke 
De prelaat (detail)
1925
The Phoebus Collection


Met 'Het huis van de schilders' (1923) zorgt Frits Van den Berghe voor een buitenbeentje in de meestal duistere wereld van de Vlaamse expressionisten.
Dit schilderij is de perfecte keuze als campagnebeeld en kaft van de catalogus 'de nieuwe morgen'.


En dan wachten ons nog enkele (in mijn ogen) van de mooiste verrassingen in deze tentoonstelling.
In de hoge zaal met de grote raampartij nemen Gustave De Smet en Floris Jespers de honneurs waar in een sobere, maar unieke accrochage. Hier heersen het licht en de frisse kleuren.
De twee kunstenaars kunnen me hier in hoge mate bekoren, maar toch zorgt Jespers voor het grootste wow-effect, niet alleen met zijn 'Baadster / Vrouw aan het strand' (1931) of 'Bonjour Ostende' (1926-27), maar vooral met het relatief kleine schilderij 'Marc groet 's morgens de dingen' (1926).


Floris Jespers
Marc groet 's morgens de dingen
1926
The Phoebus Foundation


Onthou dat het beroemde gedicht van Paul van Ostaijen gebaseerd was op wat het zoontje van Jespers in huis om zich heen zag en begroette.
Enkele jaren later schilderde Jespers dit portret van zijn zoontje als antwoord op het gedicht van zijn vriend.

Om de hoek toont Jespers nog een driedubbel gelaagde 'Mariage de raison' (1927) en even verder laat Frits Van den Berghe in onverdachte tijden 'Het verlangen' (1924-25) op volle toeren draaien.

We kunnen maar best wat frisse lucht gaan opzoeken...


De schitterend uitgegeven catalogus beschrijft niet alleen de werken, maar schetst ook op uitvoerige wijze de historische en kunsthistorische omstandigheden.




tot 27 januari 2019

Museum van Deinze en de Leiestreek


L. Matthyslaan 3 - 5
9800 DEINZE

Open
dinsdag tot vrijdag: 14 - 17.30 uur
zaterdag en zondag: 10 - 12 & 14 - 17 uur


© Art Spotter / Waterschoenen



dinsdag 10 juli 2018

BIËNNALE VAN DE SCHILDERKUNST in Deinze, Deurle en Machelen-aan-de-Leie




In 2008 organiseerden het Museum Dhondt-Dhaenens (MDD) in Deurle en het Raveelmuseum in Machelen-Zulte een eerste Biënnale van de Schilderkunst. Voor de tweede editie namen we U met WATERSCHOENEN op 27 juli 2010 mee naar de twee musea in de Oostvlaamse Leiestreek.
Op 11 juli 2014 boden we U een nieuw bezoek aan, dit keer met het Museum van Deinze en de Leiestreek (nu bekend als 'mudel') als derde deelnemer. 

Onlangs gingen we op stap langs de drie musea voor de zesde editie van de Biënnale van de Schilderkunst. Gedurende de hele zomer presenteren ze een weloverwogen mix van klassieke en hedendaagse werken rond het thema 'OVER LANDSCHAPPEN'.

In een streek waar in de negentiende en het begin (of zelfs de eerste helft) van de twintigste eeuw talrijke kunstenaars het toen nog ongerepte landschap in beeld brachten, is dat ongetwijfeld een perfect uitgangspunt. Dat de landschappen van weleer, mede door de industrialisering, het bouw- en bosbeleid sindsdien een flinke teloorgang gekend hebben, is wellicht een understatement. Maar inmiddels is ook in de kunst het begrip natuurbehoud of ecologie een item geworden.
Zowel MDD als mudel beschikken over schitterende voorbeelden van dat ongerepte verleden in de eigen collectie, met namen als Constant Permeke, Valerius De Saedeleer, Xavier De Cock, Emiel Claus, e.a.
Ook Roger RAVEEL liet zich door het landschap inspireren, al was dat al lang niet meer het pastorale landschap van weleer. Hij leverde echter op zijn manier strijd voor het natuurbehoud rond de Leie.

Het campagnebeeld voor deze Biënnale komt van Dirk BRAEKMAN en laat zich lezen als een fotografisch schilderij. In elk museum vind je een authentieke print, geënt op het thema van de tentoonstelling. Braekman fotografeerde een anoniem schilderij van een bosgezicht (uit het voormalige bezit van zijn grootouders) en koos daarbij een detail met reflectie van tl-licht in een vitrinekast. Het resultaat is een typisch Braekman-beeld. 

De deelnemende musea verenigen zich rond een gemeenschappelijk thema, zorgen samen voor de logistieke ondersteuning, maar vullen toch één en ander in vanuit de eigen collectie.  Grote namen uit het verleden in de eigen collectie vormen het uitgangspunt, bekende en minder bekende nationale en internationale hedendaagse kunstenaars trekken de lijn door en dat zorgt nu eens voor uitbundige of kleurrijke, af en toe voor geheel onverwachte en soms voor intimistische confrontaties. 



Deurle
MDD
www.museumdd.be


Met Constant PERMEKE en Valerius DE SAEDELEER legt MDD het uitgangspunt duidelijk in de eigen klassieke collectie. Het ongerepte, maar sterk gemaniëreerde landschap bij De Saedeleer en de grof geborstelde, expressionistische landschappen en marines van Permeke zijn uiteraard heel verschillend.
In de hedendaagse verbeelding van het landschap spelen elementen als ecologie, vervuiling, industrialisering,... een rol. Toch blijven ook zuiver artistieke elementen het resultaat bepalen. 
Bovendien is hier een grote rol weggelegd voor het landschap als bewegend beeld in zeven videowerken. Soms presenteren ze zich in flitsende beeldschermen, een andere keer in quasi onmerkbare bewegingen. Film en schilderkunst lopen in elkaar over. Wanneer wordt een schilderij film of of een film schilderij? Noteer hier onder andere Meggy RUSTAMOVA met een boom in Hiroshima (hebben we onlangs ook al in Duffel gezien) en James BENNING die in 'Measuring Change' het landart werk 'Spiral Jetty' van Robert Smithson onderzoekt. Het zijn overduidelijk twee werken die traagheid onderzoeken (wat een verschil met de video van Lukas MARXT op de vloer achter de hal).

De presentatie bij MDD is behoorlijk strak geregisseerd met veel open ruimte en 'eigen hoeken' voor de verschillende kunstenaars. En dat is maar goed ook, want de verschillende benaderingen hebben behoefte aan een eigen plek. Neem nu Anna-Eva BERGMAN met haar strakke aanpak zoals in 'Terre ocre avec ciel doré' (1975). Wat een verschil met de kleurrijke, schijnbare droomlandschappen van Jules DE BILANCOURT.

In de hal biedt Adelheid DE WITTE een een zeer persoonlijk, toch wel bevreemdend antwoord op het klassieke, intimistische landschap. Mede door de afwijkende vormgeving ogen haar kleine panelen meer als mentale denkruimtes dan als echte landschappen. 
De aanwezigheid van het meer expressionistische werk van Karel DIERICKX in diezelfde buurt zorgt voor een stevige dialoog.

In de grote zaal links weet Marie CLOQUET ons te 'verleiden' met haar reuzegrote, grijze 'landschappen' (van een verschroeide aarde) op fotografische basis met subtiele aquareltoetsen.

Maar er is uiteraard nog meer te ontdekken.


MDD Zaalzicht grote zaal links met o.a. 'Winter Landscape', 2018 van
Nicolas Party (Courtesy the artist en Xavier Hufkens, Brussel)



Adelheid De Witte, met o.a. Festival Entrance / Hindsight I / Tropical Mirror, 
olieverf op hout, 2018 (Courtesy the artist)



Marie Cloquet, Scorched Earth X en IX,
lichtgevoelige emulsie en aquarel op papier op doek, 2018
(Courtesy the artist en Galerie Annie Gentils, Antwerpen)



Lukas Marxt, Imperial Valley (cultivated run-off), 2018, video
(Courtesy sixpack film, Vienna)



Machelen - Zulte
RAVEELMUSEUM


In de hal van het Raveelmuseum is het drieluik 'Finistère' van Stijn COLE de absolute eyecatcher, geflankeerd door Constant PERMEKE. Vanuit de hoek bij de balie houdt Dirk BRAEKMAN ook hier een oogje in het zeil.

Vanzelfsprekend ligt de historische link hier allereerst bij de landschappen uit de jaren '40 van Roger RAVEEL zelf in het zaaltje achter de hal: 'Twee knapen op een landweg' (1942) of het zeer kleurrijke 'Landschap met kind' (1948) dat overigens schitterend gecombineerd werd met 'Heyst #11' (1891) van Georges LEMMEN. Ook Jean BRUSSELMANS mag hier met een 'Landschap in Dilbeek' (1942) een nog niet zo strak afgelijnde kijk op zijn Brabantse omgeving bieden.

Enkele kamers verder dompelt Damien DE LEPELEIRE ons onder in een 'Chinese landscape' (2008), terwijl Sophie WHETNALL haar 'Black Dust (Spray Painting) combineert met een 'Plaster Landscape' (2018).

Tijd om via de trap naast de hal de bovenverdieping te gaan verkennen...

Klassieker van dienst is hier ongetwijfeld Frans COURTENS, maar vooral de IJslandse Juliana SVEINSDOTTIR kan ons met het blauw in haar landschap 'Untitled' (1957) stevig bekoren.
Door de speciale lichtinval heeft die eerste zaal altijd al een speciale aantrekkingskracht gehad. Ook die andere Ijslander Johannes S. KJARVAL komt hier volop tot zijn recht.

De kamertjes van de voormalige pastorie herbergen het werk van een aantal 'oude' bekenden van Waterschoenen.  
Cathérine CLAEYE biedt haar hoogstpersoonlijke kijk op het landschap, Carole VANDERLINDEN herschept het begrip landschap in verschillende benaderingen. Tinus VERMEERSCH laat zijn landschappen telkens opnieuw geboren worden.
Damien DE LEPELEIRE herdenkt niet alleen het landschap, maar een heel werelddeel.

Absolute klassiekers zijn er nog in de figuur van Valerius DE SAEDELEER die ons meeneemt naar Wales, Hippolyte BOULENGER met het wondermooie schilderijtje 'Feeënplas in Fontainebleau' (1897), een even klein maar bekoorlijk werk van Arthur DOUHAERDT en een streepje Felix DE BOECK.

Even verder mogen we alweer op stap met Cathérine CLAEYE en Carole VANDERLINDEN en om het hoekje wacht ons nog een verrassende, maar bijzonder geslaagde dialoog tussen James ENSOR en Jana CORDENIER.

In het laatste kamertje beneden kunt U genieten van de confrontatie tussen Hippolyte BOULENGER en Jean-Marie BYTEBIER.

De bijdrage van het Raveelmuseum kan natuurlijk niet compleet zijn zonder het project 'Raveel op de Leie', waarmee hij bewees dat kunst een invloed kan hebben op het landschap. Hij bouwde in 1971 een vlot uit plastic zakken als protestactie tegen de voorgenomen plannen om de oude Leiemeanders in Machelen-Zulte en omgeving te dempen. Op zaterdag 18 augustus 2018 zal het vlot voor de eerste keer terug de Leie afvaren. Vergezeld van plezierbootjes en andere vaartuigen maakt het een tocht van de Jachthaven van Deinze tot aan Astene-Sas en terug. Aan Astene-Sas staat ook een bezoek aan het atelier van Stijn ANK op het programma.


Stijn Cole, Finistère,2016
(Courtesy the artist)


Roger Raveel, Landschap met kind, 1948
(Vlaamse Gemeenschap / Collectie Raveelmuseum)


Sfeerbeeld bovenzaal Raveelmuseum met werk van 
Andreas Erikson, Caledon, 2016 (Privéverzameling)


Cathérine Claeyé, Zone, 2015 en 2018
(Courtesy the artist)


Carole Vanderlinden, Paysage, 2017
(Privéverzameling)


Jana Cordenier, Untitled 'detail), 2018
Privéverzameling
Courtesy Galerie Michael Janssen, Berlijn



Deinze
MUDEL

In het mudel wordt de tentoonstelling geopend met een presentatie van historische landschappen uit de eigen collectie. Als op een museumwand uit de negentiende eeuw hangen de schilderijen drie verdiepingen hoog naast elkaar. Rechts daarvan maakt een groot werk van Xavier DE COCK (Overtocht van het veer op de Leie te Latem) de sfeer compleet.

Deze historische collectiepresentatie is meteen het uitgangspunt voor een onderzoek naar de benadering van het thema 'landschap' tot vandaag. 
Een eerste vergelijkingspunt komt er met Lucien VAN DEN DRIESSCHE (1926-1991), geboren en getogen in de Leiestreek en aanvankelijk sterk beïnvloed door de Leieschilders van weleer. Zijn verhuis naar Brussel in de jaren '50 zorgt echter voor een totale ommekeer. Hij ontdekt er het stedelijk landschap dat in schril contrast staat met de rust van de Leiestreek. Zijn materiewerken uit de jaren '60 en '70 verschijnen hier als markant tijdsbeeld. 
Met een mix van kleine landschappen, in 2010 geschilderd op het Schotse eiland Mull, gekoppeld aan een classificatiesysteem zorgt Bruno VAN DIJCK bovendien voor een conceptuele insteek. 

Tot daar de inleiding...

Wat volgt is een presentatie van de verschillende manieren waarop hedendaagse kunstenaars omgaan met het landschap en de zorg ervoor. De verstoorde relatie tussen mens en natuur is al langer een wereldwijd fenomeen. Sommige kunstenaars kaarten dat expliciet aan, anderen zoeken naar vormen en kleuren om dat verstoorde evenwicht weer te geven en nog anderen proberen nieuwe evenwichten te creëren.

We plukken slechts enkele namen uit de tentoonstelling en garanderen U een wandeling met nog meer verrassende ontdekkingen.

In de grote zaal links staan we meteen voor een indrukwekkende installatie van Nayra MARTIN REYES. Ze is geboren op het canarische eiland Tenerife, studeerde kunst in La Laguna (Tenerife), Madrid en Antwerpen (KASK). Ze tekent, schildert en presenteert performances. Momenteel woont en werkt ze in Gent. Maar ze blijft sterk verbonden met de problematiek van haar geboortegrond. 
In haar werk vraagt ze aandacht voor de problemen die haar eiland bedreigen: het massatoerisme en sinds kort de olieplatformen die het ecologisch systeem en natuurlijke stabiliteit bedreigen.
De grote installatie die ze in het 'mudel' opbouwde, inclusief de beschildering van de wand brengt die hele problematiek overtuigend in beeld. 
Probeer ook oog te hebben voor haar tekeningen en schilderijen die de olieboringen, de instabiliteit van het vulkanische eiland of de zeebevingen in beeld brengen.
Let daarnaast op haar kleine ovale schilderij van de 'Drakenbloedboom', het symbool van Tenerife. Ook hier stelt ze vragen naar de overlevingskansen van deze zeldzame plant in een veranderende klimatologische omgeving.
Bij Nayra MARTIN REYES speelt het begrip 'landschap' duidelijk op het scherp van de snee, in een gevecht tussen nostalgie en overlevingsdrang.

In het middel van de zaal duikt een eerste 'billboard' van Stief DESMET op. We zullen er doorheen het parcours nog meer zien. Telkens brengt hij er heden en verleden van het kunstgebeuren in de Leiestreek samen. Hij kruipt zelf in de huid van Emiel Claus door schilderplekken op te nemen in zijn billboards en die naar vandaag te vertalen. Hij is zelf met deze streek vertrouwd, woont en werkt in Bachte-Maria-Leerne. In zijn werken refereert hij onder andere naar de mensheid die een schilderij van een vroeger panorama bewondert, terwijl diezelfde mensheid verantwoordelijk is voor de teloorgang van dat landschap.
Zijn rode versie van 'Villa Zonneschijn' gaat uiteindelijk de confrontatie aan met het gigantische schilderij 'De Bietenoogst' van Emiel Claus uit de collectie van het 'mudel'.

Saar DE BUYSERE werkt in Ledeberg (Gent) aan een veelzijdig oeuvre waarin de tekenkunst een niet onbelangrijke rol opeist. Binnen het bestek van deze tentoonstelling neemt ze met haar visie op het 'landschap' een heel speciale plaats in. In haar Ledebergs atelier creëert ze bergen, niet enkele Ledebergse bergen, maar ook  'Jungfrauregion-bergen' in een spel van licht en schaduw. Is het de schijnbare eenvoud die deze tekeningen zo aantrekkelijk en tegelijk zo geheimzinnig maakt? Los van dit alles en de veelzijdigheid van haar werk weet ze me (en vermoedelijk niet mij alleen) ook telkens weer te verrassen met haar gezichtsloze portretten van pas overleden bekende figuren. (https://www.instagram.com/saardebuysere/)

Het werk van Stefan PETERS zal U in deze tentoonstelling evenmin onberoerd laten. Het landschap ligt hem nauw aan het hart, maar in tegenstelling tot zijn illustere voorgangers die hun schildersezel in de volle natuur neer zetten, volgt hij de omgekeerde weg. Hij zoekt zijn onderwerpen via Google Earth en andere zoekmachines en distilleert hieruit reeksen met eigen landschappen. Hij is bovendien niet te beroerd om zijn digitale zoektocht zeer duidelijk in beeld te brengen.

En dan willen we U ook nog wijzen op de kleurrijke, uit elkaar barstende 'landschappen' van Greet VAN AUTGAERDEN. De bezoekersgids omschrijft het als volgt: 'Haar recente doeken zijn een synthese van verschillende standpunten ten opzichte van een landschap. Ze doet haar indrukken op tijdens omzwervingen en tochten in het Belgische landschap.'

Maar tussendoor ontdekt U ongetwijfeld ook nog Francis ALŸS, Wim DELVOYE en anderen...



Xavier De Cock, Overtocht van het veer op de Leie te Latem, ca. 1860
(Verzameling Mudel)


Nayra Martin Reyes, Installatie 'Tenerife', 2018



Stefan Peters, The Fall, 2018
(Courtesy the artist)



Saar De Buysere, Jungfrauregion II, 2016
(Courtesy the artist)



Emiel Claus, Bietenoogst (Collectie Mudel) 
& Stief Desmet, Villa Zonneschijn (rood), 2018 
(Courtesy the artist)


Greet Van Autgaerden, Excursie #1
(Courtesy The White House Gallery, Lovenjoel)



BIËNNALE VAN DE SCHILDERKUNST

van 1 juli t.e.m. 30 september
in de drie musea
Openingsuren MDD: 10 - 17 uur
Roger Raveelmuseum & Mudel: 11 - 17 uur

Tijdens de tentoonstelling kunnen bij het MDD fietsen ontleend worden om op cultuurtocht te trekken. Er zijn dagelijks twintig fietsen beschikbaar.
De drie musea liggen op een as van slechts 10 km.



© Artspotter / Waterschoenen