Zoeken in deze blog

Posts tonen met het label Museum. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Museum. Alle posts tonen

dinsdag 15 december 2020

S.M.A.K.: Le Musée et son double... met Philippe Van Cauteren


Op maandag 30 november 2020 om 20:00 presenteerde S.M.A.K. het drieluik 'Le Musée et son Double' - een publicatie, een speculatief architectonisch museummodel (1/100) en een gespreksavond

Volg het gesprek op:


Hoe kan S.M.A.K. in de toekomst 500 werken uit de collectie permanent presenteren? Hoe kan een museum worden ingebed in een stedelijke omgeving? Kan een toekomstplan voor S.M.A.K. een hefboom voor het Citadelpark zijn? Of wat zou een bipolair museum in een multipolair Citadelpark kunnen betekenen?




brief: aan de collectie (het grote gebaar)
Philippe Van Cauteren, Zele, 4 oktober 2020

De meeste mensen associëren het S.M.A.K. met zijn eerste directeur Jan Hoet of met ‘de mosselpot’ van Marcel Broodthaers. Diezelfde mensen lijken wel te vergeten dat Grande Casserole de Moules uit 1966 slechts een fragment is uit een geheel, een geheel dat een verzameling wordt genoemd. Bovendien kan met stelligheid gezegd worden dat de verzameling van het S.M.A.K. de belangrijkste publieke collectie hedendaagse kunst in dit land is. Het afgelopen decennium heb ik in meerdere van mijn brieven vastberaden een aantal ideeën gearticuleerd over en rond de collectie, alsof er een enorm net werd geweven om de noodzaak aan een adequaat museumgebouw mogelijk te maken. 

Deze brief is als het ware gestapeld uit vroegere ideeën die nog niet aan geldigheid hebben ingeboet. Maar misschien is het goed om het nog een laatste keer met stelligheid te herhalen: er is in dit land nog geen museum voor hedendaagse kunst gebouwd. Er zijn gebouwen die eruitzien alsof ze een museum voor hedendaagse kunst zijn. Doen alsof dus. Nochtans is het verhaal helder en rechtlijnig. In het voorwoord van het boek De Catalogus van de Verzameling, uitgegeven naar aanleiding van de presentatie in 1982 van de collectie van het toenmalige Museum van Hedendaagse Kunst in het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel, lees ik de volgende woorden van de toenmalige Schepen van Cultuur Robert Vandewege:

“Het Museum van Hedendaagse Kunst heeft behoefte aan een ruim en modern gebouw, geschikt voor het presenteren van de totale verzameling en voor het inrichten van tentoonstellingen.” 

Mocht ik de datum veranderen naar 2020, en de naam naar de huidige Gentse Schepen van Cultuur Sami Souguir, het citaat blijft overeind. Alleen is het niet haalbaar en zinvol om de totale verzameling te presenteren, 500 werken uit de verzameling van het S.M.A.K. is ruimschoots voldoende. Waar het citaat niet naar verwijst is de omgeving, de stad en de wereld waar dat museum deel van uitmaakt.

 Gelukkig zijn de tijden wat dit betreft veranderd, en moet een museum voor hedendaagse kunst vandaag een wendbaar geheel zijn dat alert de spasmen in de samenleving en de wereld absorbeert, én dat de kunstenaar het comfort geeft zich open te plooien tot de rand waar het museum de samenleving raakt. Maar laat ons eenvoud en helderheid als middel hanteren om een complex dossier als een nieuw museum leesbaar te maken.
 
In een brief aan Jan Hoet van 2017 formuleerde ik het als volgt: “De collectie spreekt, de architectuur luistert.” 
De collectie van het S.M.A.K. als primaat dus, uitgangspunt en bron. De collectie als lichaam en huid, geheugen en inzicht, referentie en profiel. De verzameling als een gelaagd weefsel, langzaam haperend opgebouwd, een beweeglijk geheel dat weerbarstig de kunstgeschiedenis omarmt en er ook tegelijkertijd afstand van neemt. Een verzameling als een tijdloos en blind reliëf, opgebouwd uit kleine gestes, kritische articulaties en monumentale gebaren waarvan de betekenis vloeibaar en kneedbaar is. Een collectie dus, en een gebouw.


Op weg naar een nieuw museum ?


Wat me naadloos bij Willem Sandberg, oud-directeur van het Stedelijk Museum Amsterdam, brengt in zijn tijdschrift XX nu uit 1959: “We zoeken naar een omgeving waar de voorhoede zich thuis kan voelen, open, helder, op menselijke schaal, geen grote hallen, statietrappen, bovenlicht, deuren als poorten, geüniformeerde beambten, maar een oord waar men durft te praten, te zoenen, hardop te lachen, zichzelf te zijn, een brandpunt voor het leven van nu, onbekrompen, elastisch,…”. 

Sandberg schrijft dit twee jaar na de oprichting van de Vereniging voor het Museum van Hedendaagse Kunst, het orgaan dat onder de vurige visie van Karel Geirlandt en Dr. Roger Matthys in 1957 het denkbeeldig grondplan getekend heeft voor wat in de nabije toekomst het nieuwe museum zal worden. Anno 2020 omarmen we nog zelden deze pioniersgeest, gepolijste overtuigingen die met optimisme de kunst en het museum een onaantastbare rol geven in de samenleving. Het is zelfs aandoenlijk naïef, maar daarom bijzonder pregnant en accuraat, want open en onbevooroordeeld. Vandaag moet het museum zoeken een rol op te nemen in een complexe en gefragmenteerde wereld die door fundamentele zichtbare en onzichtbare verschuivingen wordt gekenmerkt. Welke plek kan het museum zijn wanneer het culturele aanbod overwegend gedicteerd wordt door behapbaar entertainment?

Wat betekent het museum morgen als fysieke plaats in een realiteit die toenemend virtueel en digitaal is? Hoe verhoudt het museum zich tegenover het toenemende dictaat van het getal, de middelmatigheid van het meten? Hoe weet het museum aanknoping te vinden bij de culturele veelzijdige en sociaal diverse maatschappij die we vandaag zijn? Hoe impacteert Covid-19 het museum vandaag en op langere termijn? Voor wie is het museum met andere woorden gedacht? Dit is niet het forum om deze vragen te beantwoorden, wel een plek om de vragen in de achtergrond te verbeelden. Deze publicatie is daarentegen wel een forum om het gesprek over dat wat nodig is een stap dichterbij te brengen, om een perspectief te openen voor het museum naar de nabije toekomst. Deze publicatie is een onderdeel van een drieluik: tekst, model en gesprek. In dit geval is het de collectie die luistert en de architectuur die spreekt. Maar in feite gaat Le Musée et sonDouble niet louter over architectuur, het is veeleer een speculatief model, een hypothetische articulatie, een elastische verbeelding die een volume aan gebouwen binnen de contouren van het Citadelpark betekenis geeft. Het gebruikt het naïeve verlangen van Sandberg als perimeter om een open, kritisch en gefundeerd gesprek te voeren over een onderdak voor een collectie in een kwalitatieve ruimte en omgeving. Het is een uitnodiging om het Citadelpark te lezen als een site die vanuit de musea (MSK, S.M.A.K. en GUM) in vorm en inhoud wordt opgeladen. De ontdubbeling van het S.M.A.K. in twee gelijkwaardige volumes geeft niet alleen ruimte aan de collectie, maar geeft als het ware ook ruimte aan een historische ruimte, de Floraliënhal. De volumes van het S.M.A.K. worden daarbij accolades waartussen de langgerekte historische hal zich opspant. Maar hoe is het denken en schrijven rond Le Musée et son Double ontstaan? 
Dit brengt me terug naar de architectuurwedstrijd die de afgelopen jaren is uitgerold voor de vernieuwing van het nabijgelegen ICC (International Congres Center). In de loop van de wedstrijd heeft Peter Swinnen van het architectuurkantoor CRIT. het S.M.A.K. proactief benaderd met een speculatief voorstel en een concrete houding. Ik heb het als volgt onthouden: de kwalitatieve toekomst van het Citadelpark kan slechts ten volle worden ontgonnen als fundamentele keuzes gemaakt worden voor de ontsluiting van de collectie van het S.M.A.K. in het Citadelpark en de ermee gepaard gaande infrastructurele noden voor het museum. 
Le Musée et son Double is een eerste visualisatie van een architecturale toekomst voor het S.M.A.K. in het Citadelpark: een bi-polair museum in een multi-polair park. Het is de taak van het museum om mee de toekomst te verbeelden, om het debat en gesprek mogelijk te maken, om met elkaar van standpunt te verschillen over de rol en de betekenis van een museum in een stedelijk weefsel. 
Of misschien zou Sandberg het als volgt gezegd hebben: een museum is niet meer dan een dak waaronder het performante evenement van tonen, denken, verzamelen, handelen, genieten en waarderen van kunst gebeurt. Le Musée et son Double draagt met openheid bij om dit dak en dat wat eronder zit mogelijk te maken. 


Daniel Buren, Le Décor et son Double, 1986

PS: De titel Le Musée et son Double is een echo naar het sleutelwerk Le Décor et son Double van Daniel Buren uit de collectie van het S.M.A.K. Dit werk werd gerealiseerd voor de spraakmakende tentoonstelling Chambres d’Amis in 1986.







woensdag 2 september 2020

BEZOEK AAN RAVEELMUSEUM, MUDEL en MDD: BIËNNALE VAN DE SCHILDERKUNST 2020 'BINNENSKAMERS'

 

We hadden U de Biënnale van de Schilderkunst 2020 onlangs in WATERSCHOENEN uitgebreid aangekondigd.

Daar kreeg U reeds een omschrijving van het thema, de invulling daarvan op de verschillende locaties en de praktische informatie om Uw bezoek te plannen.

Zoals toen ook vermeld, was het thema 'Binnenskamers' nog voor de uitbraak van het coronavirus gekozen, maar kreeg het vanzelfsprekend een extra betekenis binnen het kader van de quarantaine en aanverwante maatregelen.

In de verzorgde catalogus (inbegrepen bij Uw ticket voor de Biënnale) wordt de titel  'Binnenskamers' als volgt omschreven:

"Onder de titel Binnenskamers spitst deze editie zich toe op het interieur binnen de conventies van de kunstgeschiedenis. Traditioneel vormt het interieur het decor van een tafereel, het omhulsel van een verhaal - een kader binnen een kader. Het interieur verhult en onthult. Het bestaat binnen de grenzen van haar eigen identiteit en geborgenheid. Toch veronderstelt dit 'binnen' ook een 'buiten'."

Intussen zijn we eindelijk zelf ter plekke geraakt. In onderstaand verslag bieden we een compacte indruk van wat U tot 18 oktober 2020 kan gaan bekijken. 

Omwille van de COVID-maatregelen moet U voor de verschillende musea op voorhand een datum en tijdsblokken reserveren, maar dat kan de pret niet bederven.

*

Wij begonnen onze wandeling in het RAVEELMUSEUM, waar de traditionele indeling omgegooid werd. De benedenruimte waar voorheen de vaste collectie getoond werd, is nu het terrein van de 'Biënnale van de Schilderkunst', waarin curator Melanie Deboutte met een eigen, zinnige keuze het begrip schilderkunst opentrekt, met inbegrip van monumentale ruimtelijkheid en bovendien tijdperken dichtbij of verderaf met elkaar confronteert.

Zo worden ruimtelijke omgevingen driedimensionaal uitgewerkt door Lily Dujourie, Jan Vercruysse of Philippe Van Snick of objectmatig benaderd door Valérie Mannaerts.

'Echte' schilders zoals Jan Van Imschoot of Jean Brusselmans ontplooien hun visie in strakke, architecturale taferelen. Het werk dat Narcisse Tordoir in de tweede helft van de jaren 80 maakte, blijft onbetwistbaar sterk staan. En dan is er ook nog de ontmoeting tussen Raoul De Keyser en Roger Raveel in enkele werken. Maar er is uiteraard meer...

Hierna enkele beelden uit de presentatie.

Meer beeldmateriaal op:

https://www.instagram.com/rogerraveelmuseum/

https://www.facebook.com/rogerraveelmuseum


Lili Dujouri
Between Black and Pink, 1986, Mixed Media
Belfius Art Collection



Valérie Mannaerts, detail zaalzicht



Narcisse Tordoir, Zonder Titel, 1987, Mixed Media, Privécollectie



Jean Brusselmans, Mansarde II, 1939, Olieverf op doek
Collectie Museum voor Schone Kunsten, Gent


***

We keren terug naar de voorkant van het museum en nemen de trap naar boven voor de nieuwe opstelling omtrent Roger Raveel, los van de Biënnale van de Schilderkunst.

DE WORDINGSJAREN: 1941 - 1960
Schilderijen en tekeningen uit de verzameling
van het Roger Raveel Museum

Deze presentatie loopt tot 31 januari 2021.


"Sinds 1 juli pakt het Roger Raveel Museum uit met een nieuwe collectiepresentatie. De wordingsjaren: 1941-1960 omvat een selectie van zelden getoonde schilderijen en tekeningen uit de periode waarin de jonge Roger Raveel (1921-2013) op zoek is naar zijn eigen signatuur en positie als schilder. De tentoonstelling tracht, wars van chronologie, het veelzijdige experiment van Raveels ontluikende oeuvre bloot te leggen. Het gedurfd palet van kleuren en technieken is reeds onmiskenbaar aanwezig in beheerste composities waarbinnen de kunstenaar de complexiteit van de werkelijkheid probeert te vatten. Een betonnen muurtje in de tuin, een koffiepot op de tafel, de boer die zijn akker ploegt: de protagonisten uit Raveels universum – het dorp aan de Leie waar hij zijn leven lang woonde en werkte – verschijnen al vroeg als motieven in zijn schilderkunstig onderzoek. De aandacht van de schilder verschuift in deze twee decennia stelselmatig van een figuratieve naar een abstraherende beeldtaal in een poging atmosfeer, licht en de ‘mentale ruimte’ te vangen. De tentoonstelling geldt als een eerste stap in het verdere onderzoek en bredere ontsluiting van de museumcollectie in de komende jaren."

(Uit de website van het Museum)


Roger Raveel, 
Stilleven met broodplank en mes, 1948, Olieverf op papier gemaroufleerd op multiplex
Poes aan paal, 1954, Olieverf op hardboard,Collectie Vlaamse Gemeenschap



Roger Raveel, Tafeltje met rode vlek, 1952,
olieverf op hardboard
Collectie Vlaamse Gemeenschap



Roger Raveel, Het binnenhalen van de oogst, 1941,
Olieverf op karton gemaroufleerd op paneel
Collectie Vlaamse Gemeenschap


Roger Raveel, Portret van Zulma, 1948/49,
Olieverf op doek
Collectie Vlaamse Gemeenschap


***

Voor het vervolg van de 'Biënnale van de Schilderkunst' trekken we naar het Museum van Deinze en de Leiestreek (mudel) in Deinze.

Met figuren als Emile Claus en Léon De Smet put het museum uit de eigen collectie, maar het laat ook niet na om de zoektocht uit te breiden naar hedendaagse kunstenaars. Daarin wordt ruimte gelaten voor verschillende benaderingen, maar het valt toch wel op dat de nadruk hier op de schilderkunst ligt.
Sommigen grijpen daarbij terug op traditionele middelen zoals olieverf op doek.
Neem nu Bendt Eyckermans of Kristof Van Heeschvelde die hiermee echter elk op hun manier een aparte wereld neerzetten.
De presentatie van Kristof Van Heeschvelde maakt een zeer levendige indruk en weet tegelijk de dialoog met Jan Van Beers aan te gaan.
Noteer ook de synergie tussen Joëlle Dubois en Charley Toorop.
Olga Fedorova zorgt voor de nodige dosis vervreemding.


Hierna enkele beelden uit de presentatie.

Meer beeldmateriaal op:




Léon De Smet, 
Portret van Mevrouw Van Hecke (geel),
1920
Olieverf op doek
Collectie mudel Deinze



Kristof Van Heeschvelde, 2016 - 2019
Olieverf op doek
Courtesy Berserk Art Agency Burcht



Jan van Beers, Modegek, 1874, Olieverf op doek
Collectie Stadsmuseum Lier




Olga Fedorova, Black Box, 2017
Lenticulaire Print
Privé collectie, Zwevegem
Courtesy Tatjana Pieters Gallery


***

Op naar Deurle voor een bezoek aan MDD (Museum Dhondt-DHAENENS).

"Bij MDD staat Binnenskamers synoniem voor nabijheid, intimiteit en de directheid die ontstaat door nauw contact. Of het nu het huis, het atelier of de illusionistische ruimte van het schilderen zelf is, het thema toont de subtiliteiten en texturen van wat zich binnenin afspeelt en onthult overwacht veelzijdige en verschillende ruimtes."

(Uit de catalogus van de Biënnale van de Schilderkunst)

MDD put gewoontegetrouw uit de internationale kunstenaarsvijver, maar concentreert zijn tentoonstelling toch rond 'historische' kunstenaars van eigen bodem: Gust De Smet, Léon De Smet, James Ensor, Louis Thevenet, Rik Wouters, gekoppeld aan hedendaags werk van Luct Tuymans, Maaike Schoorel en Marie-Fleur Lefbvre. 
Imponerend werk van Mamma Andersson, Lucy McKenzie of Walid Raad...


Hierna enkele beelden uit de presentatie.

Meer beeldmateriaal op:




Gust De Smet, De verwachting, 1928
Gouache en olieverf op papier
Privécollectie op papier



Louis Thevenet, De rode kast, 1915, Collectie MDD



Art Spotter meets Marie-Fleur Lefebvre
Weaving Heroe Flash, 2020



Walid Raad, deel van installatie 'Letters to the Reader',
2014 - 2017, MDF panelen en verf
Courtesy van de kunstenaar en Sfeir-Semmler Gallery, Beirout/Hamburg
&
Gust De Smet, Naakt met goudvissen, 1928,
Olieverf op doek, Privécollectie

***


Salon des Editions 1973 - 2020
Een overzicht van door MDD uitgegeven edities
in de achterzaal van het museum

Met tal van pareltjes die nog beschikbaar zijn...
zie catalogus via deze 

Net buiten het museumterrein kunt U nog op bezoek in HOPSTREET GALLERY. Het verslag hierover brachten we U enkel dagen geleden via onderstaand artikel:


Ook het Museum Gust De Smet en de presentatie van Gideon Kiefer in het Gemeentelijk Museum van Sint-Martens-Latem kunt U nog bezoeken.
(info via de link bovenaan in dit artikel)






© Art Spotter / Waterschoenen





zondag 20 april 2014

Een fotografische lentewandeling in het Middelheimmuseum (Antwerpen)


Het is alweer veel te lang geleden dat 'Waterschoenen' u nog eens meenam naar het

 MIDDELHEIM OPENLUCHTMUSEUM.

Zelf profiteerden we onlangs van het mooie lenteweer (al liet de zon het net toen even afweten) voor een wandeling. Met onderstaande foto's hopen we u warm te maken voor een bezoek.

Net voorbij de hoofdingang staat een beeld van burgemeester Lode Craeybeckx, die 
begin jaren '50 aan de basis van dit museum lag. Vic GENTILS maakte deze assemblage in gebronzeerd ijzer in 1972 naar aanleiding van de 75e verjaardag van Lode Craeybeckx.

 

 Vic Gentils, Burgemeester Lode Craeybeck, 1972, gebronzeerd ijzer

Recht tegenover het toegangshek zie je in de verte een uitnodigende, wijnrode bol, een sculptuur van Corey Mc CORKLE: Yayo (2005)


Corey Mc Corkle, Yayo, 2005

Onderweg komen we langs de enorme constructie 'Firmament III' (2009) van Antony GORMLEY.


Antony Gormley, Firmament III, 2009


Daar heb je de bol van Mc Corkle weer, in het gezelschap van 'De Hond' (1950) door Toni STADLER.


Cory Mc Corkle, Yayo, 2005
Toni Stadler, De Hond, 1950


Kosta Angeli Rodovani blijft aanspreken met 'Dunja IV' (1963)


Kosta Angela Rodovani, Dunja IV, 1963


Vlakbij het Braempaviljoen lijken mensen 'De Hond' (1958) van Alexander CALDER uit te laten.


Alexander Calder, Hond, 1958


Een doorkijkje naar het kasteel aan de straatkant (Middelheimlaan) en links een glimp van 'L' (1968), een geabstraheerde, organische vorm door Augustin CARDENAS.


Augustin Cardenas, 'L', 1968


De Cavalierestraat, een environment dat Alik CAVALIERE in 1972 bouwde voor de 12de Biënnale in Middelheim.


Alik Cavaliere, Cavalierestraat, 1972


De 'Drie Staanden' (1978) van Eugène DODEIGNE blijven me telkens weer bekoren.


Eugène Dodeigne, Drie staanden, 1978


'De worstelaar' (1947-48) van Emilio GRECO rust uit.


Emilio Greco, De worstelaar, 1947-48


'De schalenboom' (1947-54) van Jean (Hans) ARP blijft een klassieker.


Jean (Hans) Arp, Schalenboom, 1947-54


Men loopt natuurlijk niet zomaar voorbij 'Balzac' (1892-97) van Auguste RODIN, de peetvader van de moderne beeldhouwkunst.


Auguste Rodin, Balzac, 1892-97


Lawrence WEINER op de muur van de Orangerie.


Lawrence Weiner


'Misconceivable' (2010) van Erwin WURM, of hoe de Oostenrijkse kunstenaar de beeldhouwkunst op zijn kop zet.


Erwin Wurm, Miconceivable, 2010


Dit is natuurlijk slechts een kleine greep uit het enorme parcours van Middelheim. Zowel Middelheim-Hoog als Middelheim-Laag aan de overkant van de straat wachten op uw bezoek.

Neem een kijkje op de website van het museum voor alle informatie. 



© Art Spotter voor WATERSCHOENEN

zondag 17 november 2013

Museum op schaal 1/7 in KMSKB (Brussel)

 
In 1941 bedacht Marcel Duchamp zijn draagbaar museum of Boîte-en-valise. In dit opvouwbare mini-museum verzamelde hij een overzicht van zijn belangrijkste werken en ideeën, op schaal. Een moderne referentie naar het kunstkabinet of Wunderkammer uit de Renaissance. Nu, nog tot en met 2 februari volgend jaar loopt in de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten in Brussel de tentoonstelling Museum op schaal 1/7, een collectie miniatuurmusea ontworpen door Belgische kunstenaars. Een initiatief van Galerie Ronny Van de Velde en vormgegeven door kunstenaar Wesley Meuris. Een grote collectie van kleine originelen. Met een knipoog naar Duchamp.
 


Museum op schaal 1/7, een ontwerp van Wesley Meuris

 

Art is not about itself but the attention we bring to it.
(Marcel Duchamp)
 
Mini museum © Johan Tahon, Stream of Salt
 
De tentoonstelling beslaat meer dan honderd "miniatuurzalen" of "mini-musea" in de vorm van glazen toon- of kijkkasten die stuk voor stuk ingevuld werden door een Belgische kunstenaar. Een aantal thematische zalen (Symbolisme, Cobra, Surrealisme, …) plaatsen het geheel in een historische context. Een classificatie van musea op schaal. Sommige zijn echte maquettes ingericht met bankjes en opgesmukt met originele schilderijen en beeldhouwwerken op maat. Andere werden meer vernuftig ingevuld, berekend en ruimtelijk herdacht tot installaties an sich. Hoe dan ook, het museum op schaal verwacht van de kunstenaar een zekere vorm van introspectie en onderzoek naar de presentatie (op schaal) van zijn werk. Ook de toeschouwer krijgt noodgedwongen zijn plaats terug: in alle rust en nabijheid wordt hij opnieuw verplicht te kijken naar de kern van het werk.
Kunst, zeg maar, herleidt tot de essentie van het kijken. Un autre regard.
 
 
Mini museum © Kurt Stallaert, Zonder titel
 
Everything we see hides another thing.
We always want to see what is hidden by what we see.

(Magritte)



Mini museum © Peter Buggenhout,
The Blind leading the Blind (mock up)
 
 

Tentoonstelling Museum op schaal 1/7, nog t/m 2 februari 2014, in de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België, Regentschapsstraat 3, 1000 Brussel (dinsdag t/m zondag 10 tot 17u) www.museumtoscale.com en www.fine-arts-museum.be
 
 
© Veerle De Saeger voor WATERSCHOENEN


maandag 25 februari 2013

Collectiepresentatie XXXII - Persoonlijkheidstest in het M HKA (Antwerpen)

Het M HKA (Museum voor Hedendaagse Kunst Antwerpen) heeft een collectie met zowat 3000 werken van 500 verschillende kunstenaars, van de jaren 60 tot heden.

Bij de oprichting van het museum in 1985 had men geen eigen collectie. Men kon enkel beschikken over de werken van de Stichting Gordon Matta Clark (zie voetnoot *).
Het is dan ook geen toeval dat het museum in 1987 de deuren opende met een tentoonstelling over Gordon Matta Clark.

In de loop der jaren is de collectie aangegroeid dankzij aankopen, schenkingen, bruiklenen,... en werd de museumruimte uitgebreid.
Een permanente tentoonstelling van de complete collectie is niettemin onmogelijk. Dus wordt telkens geopteerd voor tijdelijke keuzes.
De huidige tentoonstelling is de voorzichtige aanloop naar de grote zomertentoonstelling, een 'Persoonlijkheidstest' als 'een moedwillig onsystematisch begin van de inspanning om een beeld te scheppen' van wat er gedurende de voorbije 25 jaar verzameld is en schetst dan ook een heel divers beeld in een sobere accrochage met zowel nationale als internationale kunstenaars.

Enkele tips moeten volstaan om U tot een echte wandeling door deze tentoonstelling te bewegen.
We nemen U eerst mee naar het einde van de tentoonstellingszalen, waar we met de installatie 'Uitzicht' van Suchan KINOSHITA en de gigantische etswand 'Nevada' van Fred BERVOETS meteen bij het nekvel gegrepen worden.
 
  
Suchan Kinoshita, Uitzicht, 2002, Collectie M HKA
 
Fred Bervoets, Nevada, 1989, Courtesy De Zwarte Panter en
de Vrienden van het M HKA 
 
De installatie 'Uitzicht' bestaat uit twee simpele leunstoelen en een stuk vasttapijt, maar betrekt tegelijk ook de binnen- en buitenruimte van het museum in het verhaal. De bezoeker kan deel uitmaken van het kunstwerk door in één van de zetels te gaan zitten met uitzicht op de Scheldekaai. Tegelijk keert hij/zij echter het museum de rug toe.
 
'Nevada' is ontstaan naar aanleiding van een bezoek in 1989 van de (nochtans honkvaste) Fred Bervoets aan zijn collega-kunstenaar Albert Szukalski in de Nevadawoestijn (Death Valley). Het geheel is een mengvorm van schilderen en etsen. 
  
Tegenover 'Nevada' hangt het indrukwekkende, maar vertederende 'Nadezhda' van Konstantin ZVEZDOCHTOV dat in 2003 speciaal voor deze wand ontworpen werd. Initieel was het als muurschildering bedacht, maar om praktische redenen koost de kunstenaar voor deze uitvoering. Een kindje (zijn dochter) ligt te slapen onder een gigantisch deken.
 

Nadia Naveau, Mr. Bunnykins Autumn Days, 2008 -2012,
Collectie M HKA / Schenking Vrienden van het M HKA vzw 
 
 
De keramieksculptuur van Nadia NAVEAU stelt een boomhut voor met bovenop een konijn in scoutsuniform, een gehavend porseleinen beeldje uit de jaren '30 (de mascotte van de scouts). Dit is tegelijk schattig en krachtig werk.
 

 Bernd Lohaus, Installatie Paper Art, Dominikanerker Maastricht, 1987
Courtesy Bernd Lohaus Stichting
 
 Hier manifesteert zich een andere Bernd LOHAUS dan die van de 'stoere' balken en de touwen. Een doorgang is ontoegankelijk gemaakt met repen bruine papiertape. Toch krijg je nog een doorkijk via de horizontale openingen.
De installatie zweeft tussen een krachtig signaal en een frêle constructie.
De opstelling roept ook een zeker gevoel van nutteloosheid op, vermits je er op alle manieren langs kan.

Narcisse Tordoir, Zonder Titel, 1985
Collectie M HKA / Vlaamse Gemeenschap 
 
Narcisse TORDOIR creëerde hier één van zijn 'ruimtelijke' wandinstallaties met kleine paneeltjes (40 x 40 cm) in een beperkt kleurenpalet en telkens voorzien van één motief of symbool, ontleend aan voorwerpen uit zijn omgeing.
 

 Wolfgang Laib, Blütenstaub von Hasselnuss, 1987
Collectie M HKA / Vlaamse Gemeenschap
 
 Na zijn studies geneeskunde hing Wolfgang LAIB meteen zijn doktersjas aan de haak om zich volop als kunstenaar terug te trekken. Hij begon met het geduldig verzamelen van pollen in de omgeving van zijn atelier. Via een intensief proces van reiniging, filtering wordt deze basisstof uiteindelijk als een soort mat via een zeef over de vloer verspreid. Puurheid en integriteit van de uiterlijke verschijningsvorm zijn de uiteindelijke basisbegrippen.
 
Ik denk hier plots weer aan Oscar Van den Boogaard, wiens roman 'De heerlijkheid van Julia' (die in het Pajottenland speelt)  voor een deel het gevolg is van zijn toevallige ontmoeting met het 'gele stuifmeel' van Laib als kunstobject.
 
 
 Er is ook nog werk van Richard Artschwager, Daniël Buren, Dan Flavin, Marek Chlanda, Leo Copers, Daniël Dewaele, Ilya Kabakov, Raoul De Keyser, Philippe Van Snick, Michelangelo Pistoletto, Mark Manders, e.a. ...
 
 
* Gordon Matta Clarck (1943 - 1978)
 
Met een opleding tot architect was hij goed geplaatst voor zijn artistiek-architecturale ingrepen in meestal leegstaande gebouwen. In 1974 zaagde hij een huis vertikaal middendoor. Later zaagde hij stukken uit vloeren en plafonds en boorde zich zo een weg doorheen alle verdiepingen van een gebouw. In 1977 deed hij op die manier een ingreep in Antwerpen. Een jaar later hadden de vrienden van de toen net overleden kunstenaar een Stichting in het leven geroepen om het gebouw van de sloophamer te redden door het een bestemming als Museum voor Hedendaagse Kunst te geven. (Matta-Clark had het door hem bewerkte pand de naam 'Office baroque' gegeven als eerbetoon aan Rubens - 1977 was trouwens het Rubensjaar). Zowat tweehonderd werken waren door internationaal erkende kunstenaars aan de Stichting afgestaan. Het gebouw werd toch afgebroken, maar de collectie werd beheerd door Flor Bex, die de eerste conservator van het MUHKA zou worden. Het was dan ook geen toeval dat het nieuwe museum in 1987 opende met een tentoonstelling over Gordon Matta-Clark.
 
 
Tot 21 april 2012
in het
M HKA
Leuvenstraat 32
2000 ANTWERPEN
 
Di - Woe en Vr - Za - Zo: 11 - 18 uur
Do: 11 - 21 uur
 
 
© Artspotter voor WATERSCHOENEN
 
Tot 19 mei kunst U ook naar de tentoonstelling 'OPTIMUNDUS' van Jos De Gruyter en Harald Theys.