Zoeken in deze blog

Posts tonen met het label Sculpture. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Sculpture. Alle posts tonen

dinsdag 24 mei 2022

OH YES I WOOD blijft beschikbaar in Artspace la Valise

 

De tentoonstelling van 

Oh Yes I Wood

die hier van 8 tot 22 mei 2022 

in het tentoonstellingsplatform

ARTSPACE LA VALISE

opdook

blijft vanzelfsprekend online beschikbaar

via onderstaande link:

https://waterschoenen.blogspot.com/2022/05/oh-yes-i-wood-toont-werk-in-artspace-la.html


Contact opnemen met de kunstenaar kan nog steeds via:

https://www.instagram.com/oh_yes_i_wood/




'Inside looking out'
© Oh Yes I Wood




DE VOLGENDE TENTOONSTELLING 
met werk van


START OP 5 JUNI 2022.

Hou vanaf 2 juni alvast de aankondiging en preview via onze verschillende kanalen in het oog.

© Artspace La Valise & Waterschoenen


zondag 10 mei 2020

YES I WOOD: Cuisenaire rods and found driftwood, a nice combo / Cuisenaire blokjes en wrakhout, het perfecte huwelijk



© Yes I wood
'SLIGHTLY OFF'


Putting the fun back in mathematics

Cuisenaire rods and found driftwood, a nice combo. 

Cuisenaire rods are mathematics learning aids for students that provide an enactive, hands-on way to explore mathematics and learn mathematical concepts, such as the four basic arithmetical operations, working with fractions and finding divisors. In the early 1950s, Caleb Gattegno popularised this set of coloured number rods created by the Belgian primary school teacher Georges Cuisenaire (1891–1975), who called the rods réglettes.

According to Gattegno, “Georges Cuisenaire showed in the early fifties that students who had been taught traditionally, and were rated ‘weak’, took huge strides when they shifted to using the material. They became ‘very good’ at traditional arithmetic when they were allowed to manipulate the rods. 

I never liked mathematics, this is my way of transforming mathematics into something I do like.


YES I WOOD



A SMALL EXHIBITION

10 sculptures: Fresh crop / Slightly off / In good company / Top heavy / She sells seashells by the seashore / Statistically speaking / Greetings earthling / One for the money / Heard it through the grapevine / Nearly there


&





SMALL IS BEAUTIFUL



© Yes I wood
'FRESH CROP'


Wiskunde is fun-fun-fun

Cuisenaire blokjes en wrakhout, het perfecte huwelijk

Cuisenaire blokjes zijn een praktisch hulpmiddel om kinderen op een praktische manier te leren wiskunde en wiskundige concepten te ontdekken, zoals de vier wiskundige basisbewerkingen, werken met breuken en het vinden van delers. In de vroege jaren '50 zorgde Caleb Gattegno voor de verspreiding van deze set gekleurde blokjes, die werden uitgevonden door de Belgische onderwijzer Georges Cuisenaire (1891-1975), die de blokjes 'rekenstaafjes' noemde. 

Volgens Gattegno toonde Georges Cuisenaire aan dat studenten die via een traditionele leermethode werden onderwezen en als 'zwak' werden bestempeld, een grote vooruitgang boekten wanneer ze met de blokjes begonnen te oefenen. Ze werden 'zeer goed' in traditionele wiskunde dankzij dit materiaal. 

Voor mezelf komt alle hoop te laat, ik heb nooit de liefde voor wiskunde ontdekt. Dit is mijn manier om wiskunde om te vormen tot iets waar ik mezelf wel in vind.


YES I WOOD



EEN KLEINE TENTOONSTELLING

10 werken: zie titels bij Engelse tekst hoger


&





© Art Spotter / Waterschoenen


zondag 11 november 2018

A LA GUERRE COMME A LA GUERRE










Art Spotter

'A la guerre comme à la guerre'
(11 november)


© Art Spotter / Waterschoenen




vrijdag 5 maart 2010

FRAGIEL: kwetsbare collectiestukken in het Middelheimmuseum

Na de bijzonder succesvolle expositie 'Camiel Van Breedam' is het Braempaviljoen nu tot 15 mei gereserveerd voor een kleine, maar essentiële tentoonstelling.
'FRAGIEL' toont slechts 11 van de meest kwetsbare werken uit de collectie van het Middelheimmuseum.

Het Braempaviljoen werd ooit gebouwd om onderdak te verlenen aan werken die niet in het park kunnen opgesteld worden, omdat ze te klein zijn en/of niet bestand tegen de klimatologische omstandigheden. Tijdens de winterperiode worden trouwens heel wat grote beelden in het park met een extra jasje beschermd.

(c) Middelheimmuseum
Vandaag wordt deze kwetsbaarheid in 'Fragiel' geïllustreerd met beelden in terracotta, polyester, gips en was. Zelfs twee fijne bronzen beelden worden hier in deze collectie opgenomen. Ook zij zijn met hun dunne huid erg broos.
Het oudste werk dateert uit 1890, het jongste is in 2006 'geboren'.


(c) Patricia Piccinini & Middelheimmuseum

We worden welkom geheten door 'Nest', een werk uit 2006 van de Australische Patricia PICCININI (°1965). Het 'jong' kijkt met grote, smekende ogen naar de moeder, die op haar beurt het nest angstvallig bewaakt... een aandoenlijk verhaal waarin machines en huisdieren in elkaar versmelten.
Patricia Piccinini verraste ons in 2003 op de Biënnale van Venetië met 'We are family', waarin ze de grenzen tussen het menselijke en dierlijke, tussen echt en kunstmatig op virtuose manier aftast.

(c) Alberto Giacometti & Middelheimmuseum

Dan volgen twee bronzen beeldjes. Het eerste is een typische, langgerekte figuur van Alberto GIACOMETTI (°1901-+1966). Het is één van de negen figuurstudies die hij in 1956 voor de Biënnale van Venetië maakte.
De kleine 'Negerinnengroep' (1953) van Floris JESPERS (°1889-+1965) is een vormstudie, een momentopname tijdens één van zijn vele reizen naar het toenmalige Belgisch-Congo.


(c) Arturo Martini & Middelheimmuseum

Centraal in de ruimte staan vijf aardewerken beelden van Arturo MARTINI (°1889-+1947). Martini wilde de klassieke kunst met zijn oude thema's vernieuwen, maar gaf er na 1945 de brui aan. Zijn eigen werk heeft intussen een klassieke status bereikt.
Bij 'Maneschijn' (1932) staan twee meisjes op een klassiek balkon. De warme figuren en het koele decor houden elkaar in evenwicht.

(c) Arturo Martini & Middelheimmuseum

'De wolvin' (1931) gaat terug op een figuur uit de Italiaanse literatuur: het roofdier wolf in vrouwelijke verschijning.

De laatste kunstenaar is meteen ook de oudste van het gezelschap.
Medardo ROSSO (°1858-+1928) wordt beschouwd als één der belangrijkste impressionistische beeldhouwers.


(c) Medardo Rosso & Middelheimmuseum

Zeker in het 'Joods jongetje' (1892), een wassen beeldje, komt de snelle modellering, in een spel van licht en schaduw, zeer sterk tot haar recht.
Prettig detail: het werk werd in 1951 door mevrouw Lode Craeybeckx (de toenmalige burgemeester die aan de basis van dit museum ligt) aan het museum geschonken.

Dit is een sobere, maar zowel inhoudelijk als qua opbouw sterke tentoonstelling.

Tot 15 mei 2010 in het MIDDELHEIMMUSEUM
Middelheimlaan 61
2020 Antwerpen

Voor openingsuren zie:
http://www.middelheimmuseum.be/


Uw bezoek hoeft hier niet te eindigen. Buiten wacht het park met een geweldige collectie. Ga eens kijken op de site en op WATERSCHOENEN...en laat U vooral verrassen!



vrijdag 21 augustus 2009

Op bezoek bij een gedreven 'evenwichtskunstenaar': beeldhouwer Paul GEES


"COMME SI JE N'EXISTE PAS" staat op een schilderijtje van Peter Morrens boven de deur van het bureau naar de living.

De man die we hier bezoeken bestaat wel degelijk en heeft bovendien geen enkele zin om te doen alsof dat niet het geval is.

Van bureau naar living... comme si je n'existe pas

Paul GEES (°1949, Aalst) wordt dit jaar zestig en zal tijdens het komend academiejaar zijn opdracht als docent (sinds 1992) in het departement architectuur van Sint-Lucas Gent (Hogeschool WENK) niet meer hervatten.
Zijn studenten zal hij zeker missen. De 'boost' die jonge mensen hem bezorgden zal onherroepelijk wegvallen. Maar wat voor anderen resulteert in een 'welverdiend pensioen' is voor hem meteen de kans om nu full-time met zijn beeldhouwkunst bezig te zijn. De drang om door te gaan en het enthousiasme zullen hem in elk geval niet tegenhouden.

Nochtans wees niets er aanvankelijk op dat hij een toekomst als beeldhouwer tegemoet ging. Hij kwam uit een fotografenfamilie in Erpe-Mere en trok naar Sint-Lucas in Brussel, waar hij in 1973 als interieurarchitect afstudeerde.
Zijn broer Luc koos in diezelfde hogeschool voor de afdeling foto-film. Samen zouden ze later participeren in de fotostudio Gees&Partners (op deze site zal je overigens schitterende kunstenaarsportretten vinden).

Van binnenhuisarchitect naar kunstenaar
Met zijn opleiding zou Paul Gees professioneel niet meteen iets aanvangen. Wel raakte hij betrokken bij sociaal-culturele en artistieke initiatieven in Aalst. Zo was er zijn inzet (ook als interieurarchitect) voor het CSV (de voorloper van het huidige Kunstencentrum NETWERK (zie eventueel het gesprek met Paul Lagring in 'Waterschoenen'), maar ook zijn artistiek engagement via de Aalsterse 'NEW REFORM'-galerie van Roger D'Hondt, een avant-garde galerie die een belangrijke rol gespeeld heeft (zie eventueel het gesprek met Roger D'Hondt in 'Waterschoenen'). Daar zette hij de eerste belangrijke stappen in zijn artistieke loopbaan, al was dat in die tijd voornamelijk als performance-kunstenaar. De echte stap naar de beeldhouwkunst zou er pas in de jaren tachtig komen.
Voor New Reform kon hij ook zijn opleiding als binnenhuisarchitect/ontwerper gebruiken voor de realisatie van een mobiele tentoonstellingsruimte en de vormgeving van affiches.

Paul Gees in de hal tussen twee ateliers
Een bijzonder bepalend moment in zijn artistieke ontwikkeling kwam er al in 1972 door zijn bezoek aan 'Documenta 5' in Kasssel, DE Documenta waar hij de avant-garde met onder andere FLUXUS (Beuys, Ben,en vooral Wolf VOSTELL) maar ook de sculpturen van Richard SERRA (met toen ook al die overduidelijke relatie tussen natuur en cultuur) ontdekte.

Tot vandaag beschouwt hij Richard SERRA , Carl ANDRE , Constantin BRANCUSI , Giovanni ANSELMO, Isamo NOGUSHI en Lee UFAN als inspiratiebronnen voor zijn werk.

Maar voorlopig blijven we nog even in de jaren zeventig en zijn activiteiten in de wereld van de performance.
In oktober 1978 was hij met de 'New Reform Gallery' één van de deelnemers tijdens het 'Performance Art Festival' in de Brussels Beursschouwburg. Toen al onderzocht hij de relatie tussen natuur en cultuur zoals hij dat later (en tot op heden) in zijn beeldhouwwerk zou doen. De materialen waren anders en de uitvoering gebeurde uiteraard 'in situ', zodat de kunstenaar zelf een zichtbare rol speelde als uitvoerder van (of acteur in) zijn project.
Een andere performance bestond uit een fotoproject met 130 dia's, gelinkt aan een ruimte-omschrijvende lichtsculptuur. Hier liet zowel de fotograaf als de toekomstige beeldhouwer zich zien.
Een diaserie uit 1973 met een perceeltje gras en geometrische patronen in de hoofdrol leverde hem de goedkeurende bevestiging van kunstenaar Dan Van Severen op.

De beeldhouwer ziet het licht
Paul Gees was stilaan op weg om alle ballast overboord te gooien en enkel de essentie over te houden.
Het einde van de '-ismen' in de kunst was stilaan bereikt. De weg lag helemaal open
.
In 1983 creëerde hij enkele beelden die de verdere evolutie van zijn oeuvre zouden bepalen.

'Horizontaal', vrijstaande sculptuur uit 1983

Het sleutelwerk is voor hem 'Horizontaal' (es en steen, 60X310X20 cm) (zie foto), een beeld dat hem ook vandaag nog zowel stil als euforisch laat worden. Het is van een verbluffende inventieve eenvoud, maar zorgt voor een absolute sculpturale spanning. Dit werk kwam uiteindelijk terecht in de collectie van de galeriehoudster van PLUS-KERN. Er is overigens een pittige anekdote aan verbonden. Op een bepaald moment werd het werk bewaard in de voorraad op de zolder van de galeriste. Werkmannen die een balkje nodig hadden voor een herstelling ter plekke... hebben er (jawel!) een stuk afgezaagd...einde beeldhouwwerk!




'5 horizontalen', wandsculptuur uit 1983

Met de minimale wandsculptuur '5 horizontalen' (es en steen, 150X270X20) (zie foto), eveneens uit 1983, bereikte de kunstenaar een even verbluffende essentie in zijn werk.

Voor Paul Gees was dit de echte start van zijn verdere zoektocht naar de relatie natuur-cultuur, om met de beperkte materialen steen, hout en metaal te werken aan uitgekiende assemblages waarin evenwicht en spanning bepalende factoren zijn. Steen is hier telkens het enige onvervalste natuurelement, terwijl de andere materialen reeds een 'culturele' toevoeging ondergaan hebben (bvb. gezaagde planken, stalen balken of geplooide metalen platen,...)

Vertrekkende vanuit het 'perfecte' werk uit het begin van zijn carrière blijft hij verder zoeken naar... nog meer perfectie. Wellicht is hier de eeuwig zoekende mens aan het werk!

Sinds 1980 was hij intussen ook aan het werk als leraar vormstudie in Sint-Lucas Brussel (Hoger Instituut Binnenhuis en Bouw).


Wonen en werken verenigd in Schoonaarde


De geest van Expo '58 in de traphal

Nu hij ook in zijn artistieke werk een nieuwe weg gevonden had, was hij toe aan meer werk- en leefruimte.
In 1984 ontdekte hij in Schoonaarde de voor hem perfecte mix van wonen en werken: het administratief gebouw van een voormalige fabriek. Het stond al drie jaar leeg, het terrein errond was één groot oerwoud, maar de ruimte was bijna woonklaar ingedeeld. Als binnenhuisarchitect zag hij door het figuurlijke EN letterlijke bos wel degelijk de 'bomen'.
Het enorme gebouw beschikte op de gelijkvloerse verdieping over een paar schitterende ateliers en helemaal achterin stond nog een apart gebouw waar hij ook al een bestemming voor had. Op de eerste verdieping creëerde hij met vrij minimale ingrepen een machtige woonruimte, die dankzij de gigantische ramen baadt in een door het omringende groen gefilterde licht.

Hoewel de Steenweg tussen Dendermonde en Wetteren hier voor de deur ligt, zit je hier ook vandaag nog in een oase van rust.

Hier wordt nu al 25 jaar gestreefd naar een evenwicht tussen wonen en werken.


Stenen kiezen in het assemblage-atelier

Paul Gees is geen beeldhouwer in de traditionele betekenis van het woord: hij boetseert niet of gaat zijn materiaal niet met beitels te lijf. Hij assembleert zijn materialen tot het gewenste geheel. Maar in de voorbereiding is hij wel traditioneel in die zin dat elk ontwerp minutieus in een tekening uitgewerkt wordt. In de uiteindelijke bewerking van zijn houten onderdelen gaat hij dan uiteraard volgens plan te werk, als een soort 'meubelmaker' die meet en past en zaagt tot het object precies is zoals hij dat wil.

Hij heeft in dit huis drie ateliers, maar ook voor de televisie ligt er dikwijls nog een schetsboekje bij hem op schoot (je weet maar nooit wat er door je hoofd gaat). Televisie kan hem soms wel boeien. In de recente reeks 'De aarde vanuit de hemel' is het voor hem bijzonder verfrissend dat je nog naar onbekende dingen kunt kijken of de dingen vanuit een andere hoek bezien.



Gefilterd licht in het tekenatelier

In het tekenatelier kunnen de ontwerpen op papier uitgewerkt worden. Dat precisie een rol speelt, mag duidelijk blijken uit de tekentafel voor 'technisch tekenen' bij het venster. Maar hier is duidelijk ook ruimte voor de schets, het zoekende tekenen of de inspiratie... al dan niet ingegeven door grote voorbeelden als Mondriaan, Brancusi of... Marylin Monroe... die hem hier gezelschap houden.


Goed gezelschap in het tekenatelier

Ook de 'onafhankelijke' (dikwijls zeer grote) tekeningen van Paul Gees zijn, zoals dat ook bij andere grote beeldhouwers het geval is, van uitstekende kwaliteit. (Neem bijvoorbeeld Eugène Dodeigne). Ze getuigen in twee dimensies reeds ten volle van de driedimensionale kracht en spanning die ze als beeld zouden uitstralen. Dat heeft deels te maken met de inbreng van 'vreemde' materialen zoals koper- of messingplaten, maar naar ons aanvoelen vooral met de manier waarop de beeldhouwer zijn getekende lijnen met een zoekende krachtdadigheid neerzet.


De 'zagerij'

Het grote atelier achter in de tuin is de 'zagerij'. Hier bewaart en bewerkt Paul Gees de ruwe houten planken en balken, die hij volgens zijn precieze plannen met zijn cirkelzaag tot soms flinterdunne plakjes zaagt (een niet ongevaarlijk werk dat hoogste concentratie vergt).


Het assemblage-atelier

Met het houten, afgewerkte basismateriaal kan hij nu naar het derde atelier, waar hij stenen en metalen elementen uitkiest om tenslotte het geheel te assembleren. Daarna kunnen de beelden hier 'rusten' om te zien of ze standhouden in hun sculpturale waarde.


Samenwerkingsverbanden
Voor de echt grote werken is er nog een opslagruimte buitenshuis. Hier speelt onder andere de samenwerking met ARTECONOMY, oorspronkelijk een initiatief van de firma ESPEEL, waar Paul Gees mee aan de wieg stond van dit samenwerkingsverband tussen bedrijf en kunst. Als metaalverwerkend bedrijf kon en kan ESPEEL bijvoorbeeld zorgen voor de stalen balken die gebruikt worden in de monumentale werken (meestal bedoeld voor de openbare ruimte). Maar ook andere bedrijven als SIEMENS zijn mee in dit systeem gestapt, zodat ARTECONOMY intussen uitgegroeid is tot een goed geoliede organisatie, die al heel wat kunstenaars en bedrijven met raad en daad bijgestaan heeft. In de kunsthogescholen wordt bovendien voortdurend gespeurd naar nieuwe initiatieven en talenten.

Paul Gees onderstreept hier overigens graag het belang van dergelijke, in oorsprong particuliere initiatieven. In dit verband vernoemt hij ook de ISEL-foundation (http://www.isel.be/FOUNDATION/) van Peter COOREMAN (Merelbeke).

Reken daarbij ook het belang en het in de openbaarheid treden van een aantal particuliere collecties en kunstinitiatieven: naast COOREMAN ook VANHARENTS, VANMOERKERKE, HERBERT,...



Gisteren, vandaag en morgen...


De living met de grote tekeningen

De tentoonstellingslijst van de kunstenaar is intussen bijzonder lang en gevarieerd. Zijn werk is aanwezig in talloze particuliere en heel wat publieke collecties. Hij werkt samen met verschillende galeries en organisatoren in binnen- en buitenland.

Ondertussen blijven de zintuigen op scherp. Zelfs op reis (pas nog in Spanje en Portugal) is hij steeds op zoek naar uitmuntende voorbeelden in beeldhouwkunst en architectuur en komt hij thuis met schitterende foto's: Eduardo CHILLIDA, Alvaro SIZA, Rem KOOLHAAS,...

Maar bovenal werkt hij gedreven verder aan een 'ingehouden' oeuvre waarin de krachten van natuur en cultuur elkaar in evenwicht houden, naar de vorm ontdaan van alle mogelijke frivoliteiten: het sculpturale of getekende leven zoals het is... gezien door de ogen van Paul GEES.


Werk van Paul Gees in de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten in Brussel