Zoeken in deze blog

dinsdag 3 november 2009

MIDDELHEIMMUSEUM: een wandeling in woord en beeld

Aan de basis van het Openluchtmuseum voor Beeldhouwkunst MIDDELHEIM ligt een internationale tentoonstelling van beeldhouwwerk, die in de zomer van 1950, onder impuls van de toenmalige Antwerpse burgemeester Lode Craeybeckx, in het pas herstelde Middelheimpark gehouden werd.
Londen (Batterseapark) en Arnhem (Park Sonsbeek) hadden in 1948 en 1949 al een gelijkaardige tentoonstelling georganiseerd, maar Antwerpen werd de eerste plaats waar uit dit initiatief meteen daarna een permanente collectie groeide. Aanvankelijk investeerde de stad zelf in de meeste beelden voor de collectie, die bovendien aangevuld werd met bruiklenen (o.a. Ministerie van Cultuur, KMSK Antwerpen), schenkingen,... en vanaf 1965 speelden ook de 'Middelheim Promotors' (de vriendenkring van het museum) een belangrijke rol in de verwerving van nieuwe werken.

Vanaf het prille beging werd gestreefd naar de opbouw van een 'moderne' collectie, met als uitgangspunt het werk van Auguste Rodin.
Voor de permanente collectie werd het park Middelheim-hoog gereserveerd (de kant waar het kasteel, de orangerie en het Braempaviljoen staan). Middelheim-laag aan de overkant van de straat werd tot 1989 voor de biënnales gebruikt.
Vanaf 1993 (toen was Antwerpen Culturele Hoofdstad) werd echter in dit laatste gedeelte ook een permanente collectie hedendaags beeldhouwwerk ondergebracht. De biënnalegedachte heeft bovendien plaatsgemaakt voor tijdelijke tentoonstellingen en het Middelheim ontplooit de laatste jaren ook initiatieven buiten het eigenlijke museum.
Het parkwachterspaviljoentje op Middelheim-laag
Sinds 2000 werd het museumterrein van Middelheim-hoog bovendien flink uitgebreid en o.a. voorzien van een nieuw depot (een ontwerp van de architect Stéphane Beel).
We maken een wandeling in woord en beeld langs enkele hoogtepunten uit de collectie. Tussendoor ontdekt iedereen vast zijn eigen favorieten.


In de verte het werk van Corey McCorkle

Via het grote hek stappen we binnen in de wereld van Middelheim-hoog. In het kasteel zijn plannetjes beschikbaar en kan je eventueel een 'audioguide' huren.

Je kan ook het plannetje via de museumsite afdrukken.

Ga in de site naar 'Bezoeken', kies vervolgens 'Uitleg en gidsen' en vervolgens 'Parkplattegrond'
Meteen rechts voorbij het hek worden we begroet door het assemblageportret van 'Lode Craeybeckx'(1972) door Vic GENTILS. Op de hoek links staat 'Het zotte geweld'(1912) van Rik WOUTERS.

Aanleiding voor 'Het zotte geweld' was een voorstelling van de toen beroemde danseres Isidora Duncan. Rik Wouters liet zijn favoriete model (zijn vrouw Nel) voor dit beeld poseren.

Even verder zie je twee figuren op een bankje zitten. De 'Koning en Koningin'(1952-53) van Henry MOORE beogen de uitbeelding van de begrippen koning en koningin: de met hun kroon vergroeide hoofden, de sobere statigheid van de zittende figuren, de realistisch uitgevoerde voeten die het contact met de echte wereld benadrukken,...

Wat later ontmoeten we de stamvader van de moderne beeldhouwkunst Auguste RODIN, vertegenwoordigd met zijn 'Balzac'(1892-97) (de schrijver Honoré de Balzac).
Rodin kreeg in 1891 de opdracht om een monument voor Balzac te maken, maar toen hij in 1897 eindelijk zijn defintieve versie voorstelde, werd deze door de opdrachtgevers geweigerd. Wat door Rodin gemaakt was als een vernieuwend beeldhouwwerk, was voor hen geen 'monument'.

U herkent hier in de buurt ook vast de goudkleurige 'Oneindige kronkel' '1953-56) van Max BILL, uiteindelijk de beeldhouwkundige verwezenlijking van een wiskundig begrip: de ring van Moebius of het Moebiusprincipe.
Of wat dacht U van een kardinaal door Giacomo MANZU in confrontatie met een vrouw in de zon door Floris JESPERS?
Even verderop staat een andere klassieker. 'Het grote paard'(1914) van Raymond Duchamp-Villon (overigens een broer van Marcel Duchamp) is een combinatie van paard en machine. De geest van het futurisme is hier onmiskenbaar aanwezig.
Breng ook een bezoek aan de containertoren van Luc DELEU. Van daaruit krijgt U overigens een schitterend uitzicht over het terrein met o.a. het depot van Stéphane Beel.

We gaan nu een eind verder in de richting van het Brampaviljoen en komen bij de 'Drie staanden' (hier in het gezelschap van een vierde) van Eugène DODEIGNE.

In het Braempaviljoen zelf gaat momenteel de tentoonstelling 'Camiel Van Breedam' door.
Bespreking in Waterschoenen
De achterkant van het Braempaviljoen
In de richting van de brug ontmoeten we deze zittende 'Roodhuid'(1976) van de Fin Arvo SUKAMAKI.
Eenmaal over de brug staan we meteen bij de Vrouwelijke rots'(1947-48), een taille-directe in kalksteen van Fritz WOTRUBA.



Op het centrale grasveld vragen Charles LEPLAE (met deze twee zwangere vrouwen), Barbara HEPWORTH, Ossip ZADKINE, nogmaals Rik WOUTERS (nu met 'Huiselijke zorgen' - 1913) en Constant PERMEKE onze aandacht. Maar ook 'Miss Televison'(1979) van Olivier STREBELLE toont vanaf de zijkant nog steeds een bijzondere aantrekkingskracht.

Klein en groot laten zich ook graag verleiden door de 'Ijsbeer' (1920-22) van François POMPON.

Tot daar een bijzonder kleine greep uit de collectie op Middelheim-hoog. In het kasteel kunt U nog terecht in de bookshop of voor een 'automatendrankje'. De orangerie herbergt ondermeer een documentatiecentrum/bibliotheek.

Het terras van het kasteel met werk van Henk Visch
Op het terrein van Middelheim-laag aan de overkant van de Middelheimlaan moet U zeker nog op zoek naar het werk van Juan MUNOZ, Bernd LOHAUS, Per KIRKEBY, Charles VANDENHOVE en heel wat anderen. Ook hier zal het museumplan U vast op weg helpen.


Het zuilenpark van architect Charles Vandenhove
U kan hier natuurlijk met een gerust hart even 'verdwalen' in dit parkbos...

MIDDELHEIMMUSEUM
Middelheimlaan 61
2020 ANTWERPEN
Alle info staat op de site waar ook het plannetje beschikbaar is.

Copyright beelden: Middelheimmuseum en kunstenaars


(c) foto's: artspotter

dinsdag 27 oktober 2009

Camiel Van Breedam te gast bij Renaat Braem in het Middelheimmuseum

Mijn allereerste bezoek aan het Middelheimmuseum dateert, zo realiseer ik mij plots met enige verbazing, van 1969. Toen werd van mij verwacht dat ik een beeld zou uitkiezen en bespreken. Ik herinner me enkel nog dat ik voor de 'Phoenix' van Ossip Zadkine gekozen had.
*
Het paviljoen van architect Renaat Braem (1910-2001) achteraan in het park ging pas in 1971 open. Sindsdien is het de plaats waar kleine, fragiele of minder weerbestendige beelden opgesteld worden of waar tijdelijke tentoonstellingen plaatsvinden.
Hier zag ik ooit werk van Vic Gentils (die andere grandioze assemblagekunstenaar), ontmoette ik die kleine 'Fluitspeler' van Ernst Barlach, die fantastische zwarte kast met keramieken figuurtjes van Pierre Caille of die bronzen herinnering aan een vers van Petrarca door Alik Cavaliere, een subtiel wassen kinderhoofdje van Medardo Rosso of de hyperrealistische 'Jongen op stoel' van Kurt Trampedach...
Tot 20 december 2009 is assemblagekunstenaar Camiel Van Breedam (°1936) hier te gast met een overzicht van kleine objecten uit de afgelopen 20 jaar.
De cryptische titel van deze tentoonstelling '7² x 2' laat zich vertalen als een verzameling van 49 x 2 = 98 werken, verdeeld in groepen van 7 eenheden rond bepaalde thema's.
*
In de buurt van het Braempaviljoen staat zijn grote 'Zonnewagen' (1974) die tot de vaste collectie van het museum behoort. Vlakbij de ingang worden we begroet door zijn 'Boom van Soutine' (2000), die we overigens ook binnen als schaalmodel terugvinden.

De uitmuntende klaarheid van de affiche zullen we zo meteen ook vertaald zien in de opstelling van deze prachtig 'geregisseerde' tentoonstelling. Het mag duidelijk zijn dat hier een wisselwerking tussen het gebouw en de kunstwerken tot stand gekomen is. Door de strakke opstelling van de tafels met objecten lijkt de ruimte groter geworden. Zowel het werk van de architect als dat van de kunstenaar komen verrijkt uit deze onderlinge confrontatie.

De bezoeker krijgt bij de ontvangstbalie een zeer mooi, gedetailleerd plan van de tentoonstelling aangeboden. In het kleine kamertje naast de receptie is een eenvoudige projectieruimte ingericht. Hier vertelt de 'rode kunstridder' (Van Breedam is altijd in het rood gekleed: rood als statement tegen o.a. de grijze eentonigheid...) zelf over de evolutie van zijn werk en kan je ondermeer ook kennis maken met zijn grote beelden en installaties.
Maar Van Breedam is vooral het prototype van de assemblagekunstenaar die met een minimum aan materialen en ingrepen een maximale zeggingskracht weet te bereiken.


Hij mag dan al een onvoorwaardelijke aanhanger van rood zijn wat zijn kleding betreft, in zijn werk komt rood slechts occasioneel voor. De hoofdtoon is ontegensprekelijk wit, maar ook het grijs van lood en zink of de natuurlijke toon van (verweerd) hout keert regelmatig terug.
Hij gebruikt enkel afgedankte materialen en creëert daarmee objecten die balanceren tussen minimalisme, arte povera en pure poëzie.
De recente constructies (2007-2008) (helemaal achteraan) met houten latjes voor te bepleisteren plafond- of muurconstructies uit oude huizen, verenigen op perfecte wijze deze drie invalshoeken.


Maar in elk van de uit 7 eenheden samengestelde groepen 'speelt' hij met variaties op een thema. Hier laat zich wellicht ook de jazzmuzikant Camiel Van Breedam gelden. Is jazz niet bij uitstek een discipline waarin improvisatie binnen een kader van wezenlijk belang is?

*
Van Breedam creëert objecten die er soms uitzien als huizen, maar dan zonder deuren of met ondoorzichtige ramen. Ze zijn met andere woorden onbewoonbaar. Hooguit ontwerpt hij een ruimte, een boog waar je onderdoor zou kunnen lopen, maar zijn trappen maakt hij dan weer ontzettend steil en de treden te ongelijk om bruikbaar te zijn.


Als een archeoloog probeert hij met zijn gevonden materialen het verloren gegane verleden weer in elkaar te puzzelen. Maar de kunstenaar overstijgt de archeoloog en maakt met de opgegraven artefacten een nieuw verleden.

Deze tentoonstelling was voor mij ook een dankbaar excuus voor een hernieuwd bezoek aan dit uitgestrekte Openluchtmuseum voor Beeldhouwkunst, waarvan ik gedurende de voorbije tientallen jaren zo dikwijls de evolutie opgevolgd heb. Een verslag volgt binnenkort hier in 'Waterschoenen'.

Laten we eindigen met de openingszin van een gedicht door Paul Snoek: 'Als ik geen rood meer heb...'. Bij Van Breedam is dat blijkbaar nog lang niet het geval, temeer daar hij er in zijn beeldend werk zeer karig mee omgaat!

*

Copyright beelden: Camiel Van Breedam

*

www.camielvanbreedam.com

*****




Nog tot 20 december van 10 tot 17 uur
maandagen en 1 november gesloten

in het Braempaviljoen
MIDDELHEIMMUSEUM
Middelheimlaan 61
2020 Antwerpen










'Blind Spots' bij galerie IN SITU: Eric Jan van de Geer & Anne Bossuroy

Galerie In Situ pakte vorige zaterdag uit met twee (voor de galerie) nieuwe kunstenaars.
Wij nemen U mee in het verhaal van een schilder die niet wil schilderen en een schilderes die ook zichzelf beschildert.
Onder de titel 'Blind Spots' worden hun werken met elkaar en met het publiek geconfronteerd.
Daarenboven krijgen ze het gezelschap van huiskunstenaar Marcel Berlanger (°B,1965) met één van zijn typische 'geschilderde tekeningen' (of... getekende schilderijen?). Berlanger was eerder dit jaar nog prominent aanwezig in de tentoonstelling 'Beyond the Pictoresque' in het Gentse SMAK.


Marcel Berlanger en Eric Jan van de Geer
Eric Jan van de Geer (°NL, 1965) is vanuit de pure schilderkunst opgeschoven naar een zelf gecreëerd tussenveld, waarin een combinatie van fotografie en grafische ingrepen leiden tot een 'schilderkunstig' resultaat. Deze kunstenaar woont en werkt in Rotterdam.
De werken die hij hier voorstelt, hebben allemaal een realistische achtergrond, ontstaan op basis van (een detail uit) een zelfgemaakte foto. Zijn onderwerpen zijn behoorlijk banaal: een tuinschutting, een den, een haag, klimop,... . De oorspronkelijke foto's worden afgedrukt op grote formaten, waardoor een extra vervreemding ontstaat. Op deze ondergrond kan de kunstenaar nu als 'schilder' aan de slag. Zelf omschrijft hij schilderen als 'het ontrafelen van een beeld in lagen'. Hij vertrekt dus niet langer van een wit doek. (Niet dat hij bang is voor het spreekwoordelijke witte vlak, want in zijn muurschilderingen gaat hij wel degelijk uit van wit.)
De fotografische realiteit manipuleert hij nu verder door grafische en druktechnische ingrepen.
Werk van Anne Bossuroy en Marcel Berlanger
Beetje bij beetje creëert hij 'blinde vlekken' in het oorspronkelijke onderwerp, waardoor je uiteindelijk op een werk als 'Tuinschutting V' nog wel de klimop herkent, maar ook meegevoerd wordt in een wereld van bevreemdende kleuren en bijzonder grillige vlakken, waardoor realisme en abstractie in elkaar overlopen.

Eric Jan van de Geer en Anne Bossuroy

Anne Bossuroy (°B, 1967), die in Brussel woont en werkt, toont hier dan weer wel 'echte' schilderijen (olieverf op doek). De formaten zijn klein tot zeer klein.
Een serie van vijf schilderijtjes 'série n/bl' is gemaakt op basis van onscherpe zwart-witte foto's, gemaakt als stills uit een filmvoorstelling van Stan Douglas en gebaseerd op een tekst van Marcel Proust, waarin een wisselende toestand tussen waken en slapen beschreven wordt.
Haar portretten van slapende mensen geven daarentegen een zeer realistisch en scherp beeld van de betrokkenen, maar registreren hen tegelijk in een toestand op de grens van 'psychische afwezigheid'.
De kunstenares tast het beeld af op zoek naar de wereld achter de realiteit, zich bewust van de onbereikbare blinde vlekken.


Groot en klein bij In Situ

De ongelooflijke rust en het geduld waarmee ze deze zoektocht uitvoert, toonde ze vorige zaterdag ook 'in levende lijve' tijdens haar perfomance 'Blind Spots'. Gedurende deze 45 minuten durende voorstelling beschildert ze minutieus haar eigen lichaam met zwarte verf, beginnend bij de linkervoet en eindigend met de zijkanten van de neus. Zij beschildert alle voor haarzelf zichtbare delen van haar lichaam. De 'blind spots' blijven hun oorspronkelijke huidskleur bewaren, in scherp contrast met de beschilderde lichaamsdelen.

Publiek tijdens de performance... en... rechtsboven de schilderijtjes 'Série n/bl'

Zoals ze zelf haar eigen modellen bestudeert, bekijkt en bewerkt ze hier met een enorme intensiteit zichzelf als model en wordt ze op haar beurt door het publiek in elke beweging gevolgd. Hoewel ze zichzelf te kijk zet, blijft ze toch een ontzettende waardigheid uitstralen.


Anne Bossuroy zoekt en benadrukt haar 'Blind Spots'

Na de performance...

De tentoonstelling blijft toegankelijk tot 6 december 2009 in
Galerie IN SITU - Arbeidstraat 110 - 9300 AALST
elke vrijdag, zaterdag en zondag van 14 tot 18 uur
of na afspraak

INFO
www.insitugallery.be


Copyright kunstwerken: Eric Jan van de Geer, Anne Bossuroy en Marcel Berlanger
Copyright foto's: artspotter

vrijdag 23 oktober 2009

Michel François in het SMAK met 'Plans d'évasion'

Het SMAK lijkt dezer dagen meer dan ooit de 'speeltuin' van Michel François (°1956). Naast het tentoonstellingsproject 'Faux Jumeaux', waarvoor hij als curator al meer dan een jaar de beschikking krijgt over enkele zalen op de benedenverdieping, wordt nu de complete bovenverdieping gebruikt voor een overzicht van 25 jaar artistieke activiteit van deze 'wonderlijke' kunstenaar.
De aanwezigheid van Michel François in het SMAK begint eigenlijk al met de projectie op de muur achter de ontvangstbalie: twee handen creëren in perfecte symmetrie (ontstaan door spiegeling) een ingewikkelde vorm door het plooien van een folie.
De toon is meteen gezet!

Met 'Plans d'évasion' neemt hij ons mee in zijn artistieke labyrint, waarin symmetrie en recyclage tegelijk zorgen voor ordening en verwarring in een bevreemdende beeldende sprookjeswereld.
De titel van deze tentoonstelling is ontleend aan de titel van een boek: 'Plan de evasion' (1945), een roman van de Argentijnse schrijver Adolfo Bioy Casares (1914-1999) (in het Nederlands vertaald als 'Ontsnapping van Duivelseiland' - Meulenhof, 1974).
Het zoeken naar een ontsnappingsroute impliceert het verdwaald zijn, de labyrintische gedachte, maar ook de zoektocht naar de relatie tussen object, lichaam en realiteit... met andere woorden 'het leven zoals het is of zou kunnen zijn'. Of betreft het hier toch een (per definitie) vreemde droom waaruit je enkel kan ontsnappen door wakker te worden?
*
Nu was Bioy Casares ook nog eens een vriend en geestesgenoot van Jorge Luis Borges. Samen schreven ze bovendien heel wat boeken. Borges is als het ware synoniem voor 'labyrint' en hij werd dan ook een referentiepunt voor heel wat auteurs. Wie ooit 'De naam van de roos' (Bert Bakker, 1984) van Umberto Eco gelezen heeft (of de film gezien), herinnert zich ongetwijfeld de blinde ziener Jorge van Burgos, een duidelijke allusie op de schrijver Borges, die zelf op latere leeftijd blind werd. Eco baseerde overigens zijn boek op 'De bibliotheek van Babel' door Borges.
Nog veel dichter in het literaire geheugen ligt 'De schaduw van de wind' (Signature, 2004) door Carlos Ruiz Zafon, die voor het openingsverhaal 'Het Kerkhof der Vergeten Boeken' rechtstreeks te rade ging bij 'De bibliotheek van Babel' door Borges.
Met deze vergelijkingspunten staat U nu bij de ingang van het labyrint van Michel François. Bent U klaar om binnen te stappen in zijn wereld van beelden en vormen, associaties, tegenstellingen, symmetrieën, doorkijkjes, meditatieve ruimtes, expanderende vormen, wankele evenwichten,...?
Misschien blijft deze zoekende wandeling beperkt tot een esthetische ervaring, ofwel slaagt U erin door te dringen tot verborgen en wisselende betekenissen.
*
Welkom in de beeldenbibliotheek van Michel François
*
Michel François is als beeldenmaker een echte omnivoor. Hij maakt foto's, video's, tekeningen, sculpturen, objecten, installaties,... en door deze verschillende 'artefacten' op verschillende wijze met elkaar en met de tentoonstellingsruimte te laten dialogeren, creëert hij verschillende betekenissen.
In de grote centrale zaal krijgt U meteen zijn quasi complete beeldwoordenschat gepresenteerd. De opbouw van de zaal werd vanuit de vorige tentoonstelling bewaard, maar sommige muren werden bewust doorbroken om 'doorkijkjes' te creëren of relaties tussen tentoongestelde beelden mogelijk te maken.
De grote zaal vooraan is herschapen in een ruimte die twijfelt tussen het meditatieve en een wat onzekere neiging tot speelsheid. Op de muur tegenover de ramen is in het pleisterwerk hoog boven de vloer 'Pas tomber!' uitgekapt. Het plafond wordt gevormd door een raamwerk van draden waaraan ontelbare pluisjes van paardebloemen hangen. Hier recreëert hij de sfeer waarmee hij in 1999 de bezoekers van de Biënnale in Venetië de drang bezorgde om 'pluisjes te plukken'...

De kleine zalen aan weerszijden fungeren als symmetrische polen voor gelijkgezinde werken met een ongelooflijke expansieve uitstraling. Aan de ene kant is de ruimte volgebouwd met een (wankelbare?) constructie van metalen staven en magnetische bolletjes. Aan de overkant wordt de ruimte gevuld met een expanderend kluwen van een gigantisch lange flexibele buis. Inhoudelijk refereren zij, in mijn ogen, aan een wild uitlopende of een streng gestructureerde denkwijze... met elk hun eigen voor- en nadelen.
Hier worden klassieke sculpturale technieken als het omschrijven en het innemen van de ruimte op een schijnbaar eenvoudige, maar meesterlijke wijze gecombineerd.

In de andere symmetrisch gelegen ruimtes aan beide zijden van de grote centrale zaal, worden ook weer (op afstand) dialogerende beelden aangeboden. De toeschouwer kan hier optreden als go-between om de informatie van de ene naar de andere kant over te brengen.
De 'psycho jardin' die hij aan beide kanten gecreëerd heeft als een soort Zen-tuin, bevolkt hij telkens met storende elementen: aan de ene kant de cactussen, aan de andere kant de diepgevroren, maar langzaam ontdooiende inkt-adelaar die het maagdelijk witte veld van marmerpoeder steeds verder bevlekt.

Deze tentoonstelling bezoeken is als verloren lopen in Venetië met een stadsplan in de hand. Pas wanneer je de weg kwijt bent, ontdek je de plaatsen waar het toerisme eindigt en het echte leven begint.


Nog tot 10 januari 2010 in het SMAK

open van 10 tot 18 uur, behalve op maandag

www.smak.be

dinsdag 20 oktober 2009

Klaus Scherübel brengt Stéphane Mallarmé en Jack Torrence naar het SMAK

De van oorsprong Oostenrijkse, maar in Canada (Montréal) wonende conceptuele kunstenaar Klaus Scherübel (°1968) toont zich al geruime tijd als artistiek-testamentaire uitvoerder van een wonderlijk 'literair' project dat door de Franse dichter Stéphane Mallarmé (1842-1898) bedacht werd: 'Le Livre'.

Mallarmé, tijdgenoot van Eduard Manet, Emile Zola, Oscar Wilde,... is zeker bekend van zijn werk 'L'après-midi d'un faune' en misschien meer nog door de muzikale uitvoering die Claude Debussy er in 1894 aan gaf.
Maar 'Le Livre' was dus zijn mythisch-utopisch project. Mallarmé zag dit boek als 'een extreem flexibele structuur die niets minder zou bevatten dan alle bestaande verhoudingen tussen alles wat bestaat' en waarin bovendien de subjectiviteit van de auteur volledig uitgeschakeld zou zijn.
(Het lijkt zowaar een geïdealiseerd wereldwijd web 'avant la lettre'...)
Mallarmé voorzag een uitgave van exact 480.000 exemplaren, maar het project werd nooit gefinaliseerd.
Scherübel nam de draad op waar Mallarmé hem liet liggen.
In de voor de gelegenheid 'Blauwe Zaal' in het SMAK wordt nu het al even blauwe prototype van de Nederlandstalige versie voorgesteld: 'Het Boek' als idee, vorm, omhulsel.
Ook de reeds vroeger gerealiseerde versies worden hier gepresenteerd: Duits (2001), Engels (2003), Frans (2005).
De blauwe muren dienen als achtergrond voor een zoektocht in tekst en beeld naar de oorsprong en de inhoud van dit 'onbestaande' boek.
*
Een tweede installatie richt zich op het 'literaire werk' van Jack Torrence: 'All work and no play'.
En daarmee zitten we natuurlijk volop in 'The Shining', het boek van Stephen King en de gelijknamige verfilming door Stanley Kubrick. Een magistrale Jack Nicholson speelt daar de rol van Jack Torrence die als schrijver het 'verhaal' in het verhaal schrijft.
'All work and no play makes Jack a dull boy' in een eindeloze herhaling... (maar met aandacht voor een visuele afwisseling).
Ook hier gebruikt Scherübel in feite het begrip 'boek' als uitgangspunt en resultaat, al blijft hier het inhoudelijk (visueel) aspect een grote rol spelen. Net zoals bij Mallarmé, neemt de kunstenaar de draad op waar hij in het boek/de film is blijven liggen en zet hij verdere stappen.
*
De sleutelscène uit de film/het boek waarin de vrouw van Jack Torrence het 'manuscript' ontdekt:
*
Tot 6 december
in het SMAK - Citadelpark - 9000 GENT
van 10 tot 18 uur - maandag gesloten